Een uitgave van mats bv ©
GRIEPJE
Jaargang VIII, 9
Het is maar een griepje. Eerst bij de dochter, die het meteen flink te pakken heeft. Hoge koorts, nergens zin in, niets leuk vinden, overdag in het bed van pappa en mamma, 's nachts rillend en gloeiend in het eigen bed. En pas aan het eind van de week in pyjama met een plaid beneden op de bank een beetje tv kijken. Een week later, als zij alweer heel aardig is opgeknapt, word ik zelf ziek en dat is zo mogelijk nog veel zieliger. We kennen allemaal de schoolgriep, een paar dagen beroerd en daarna nog even lekker uitzieken en verwend worden. Zo is deze griep niet. Hoge koortsen, diepe ellende en weliswaar verwend worden maar te ziek om er lekker van te kunnen genieten. Ondanks mijn ziekte slaagt mijn gezin erin het dagelijkse leven zo goed en zo kwaad als dat gaat door te laten lopen. Aan de geluiden beneden hoor ik dat school is afgelopen, dat ze gaan eten, dat mijn zoon niet zo moet klieren, dat mijn dochter niet zo moet zeuren en dat het Jeugdjournaal is afgelopen zodat ze naar bed kunnen. Van tijd tot tijd komt er iemand boven om naar mij te kijken. Het lijkt alsof dat minder wordt naarmate de dagen vorderen, de stoppels op mijn wangen groeien en een verfrissende douche uitblijft.
Halverwege mijn week bemerk ik dat ik alweer wordt ingeschakeld in de dagelijkse gezinsvoering.
'Zou je een kopje bouillon lusten schat? Vind je het dan goed dat de jongen hier blijft als ik met zijn zus naar ballet ga? Duurt een paar uurtjes; hij gaat op zijn spelcomputer spelen en lezen en tekenen en hij zal heel lief zijn.' Ik ben nog te zwak om te protesteren en mijn zoon en ik worden dus aan ons lot overgelaten.
Hij is echt heel lief en ik moet even zijn weggedommeld als ik half in mijn slaap merk dat hij even naar me komt kijken. Omdat hij denkt dat ik slaap, sluipt hij weer stilletjes naar beneden. Zwakjes roep ik hem en in een oogwenk is hij weer boven.
'Ben je ook maar helemaal alleen jongen?
'Ja pappa, en dat vind ik helemaal niet leuk.'
'Dan kom je je arme vader toch gezelschap houden; een beetje tv kijken in bed?'
Nou nog oppassen dat het niet gezellig wordt, want mamma en mijn dochter kunnen elk moment thuiskomen.
Daar gaat de voordeur al en even later hoor ik de dochter de trap opkomen. Wat haar broer mag, mag zij ook, dus die kruipt er gezellig bij. Het wachten is nu nog op mamma en dat kan nooit lang duren.
Hoe ziek, zwak en misselijk ik ook ben, even later liggen we met zijn vieren in ons bed.
Ik zucht eens diep, heel diep en mijn laatste zucht gaat subtiel over in een zacht gekreun, maar ik ben bang dat er niet veel anders opzit dan gewoon maar weer beter zijn.
