Een uitgave van mats bv ©
GROOT WORDEN
Jaargang VIII, 33
We bespreken wat ze later willen worden. Dat is een heel goed gespreksonderwerp voor een avond als deze. We maken het een beetje laat, want we hoeven morgen niet zo vroeg op. Tegenwoordig kan ik ook met mijn zoon een heel gesprek voeren. Dat was tot voor kort niet eenvoudig, want meestal waren we al snel aan het stoeien of ginnegappen. Maar ik heb het afgedwongen. Ik wil namelijk ook wel eens gewoon horen wat hij zo'n hele dag gedaan heeft, hoe het gaat op school, wie tegenwoordig zijn beste vriend is en wat hem nog meer allemaal bezighoudt. Dat lukt nu heel aardig en nu hij eenmaal de smaak te pakken heeft, wil hij ook elke avond aan bed vertellen, net als zijn zus.
Natuurlijk nemen we ook nog ruim voldoende tijd voor flauwekul, zo zitten wij nu eenmaal in elkaar.
Zijn zus weet nu nog niet wat ze wil worden en dat lijkt me prima. Tijd zat, dunkt me. In elk geval wil ze groot worden, niet te lang, niet te kort, gewoon precies goed. Ik denk dat het heel verstandig is dat ze zich daar voorlopig op concentreert en dan zien we de rest later wel.
Mijn zoon wil dierenverzorger worden in een dierentuin. Van leeuwen, beren, apen, tijgers en luiaards. Die laatste vooral omdat het zo lekker langzaam gaat. Dochter-lief denkt dat dit niet zal gaan lukken. In een dierentuin heb je namelijk voor alle dieren specialisten. En de mensen die de leeuwen voeren, zijn weer anderen dan die de olifanten voeren. Ik denk dat de verzorger van de luiaard er ook nog wel een ander dier bij zal hebben, want aan een luiaard alleen heb je volgens mij geen dagtaak.
'Zoals dat je de kippen voert en ook ons,' begrijpt de zoon en daarmee doelt hij dan op zijn moeder en mij, hoewel kippen voeren sinds kort een zakgeld-klus is, net als tafel afruimen.
Ik denk bovendien, nu ik me er toch leuk mee aan het bemoeien ben, dat je ook verzorger in een heel klein dierentuintje kunt worden, waar ze maar weinig personeel hebben, zodat je alle dieren zelf moet verzorgen.
'Ja hoor, pappa,' hoor ik ze denken en ik zie dat ze in rap tempo de belangstelling voor dit gesprek verliezen als ik zo ga beginnen
'Maar als jij later dierenverzorger wil worden, moet je nu vast oefenen als bierenverzorger.'
'Wat is dat nou weer?'
'Een bierenverzorger is een klein jongetje dat een biertje voor zijn vader gaat halen.'
Ik maak graag een beetje misbruik van mijn kinderen, zo lang ze er nog intrappen.
Hij is nooit te beroerd, die loopt wel even.
'Asjeblieft pappa.' Hij wil het ijskoude flesje tegen mijn wang houden om me te laten schrikken, maar ik draai me zo onverhoeds om dat het flink tegen m'n kaak klapt. Auw!
'Oei,' zegt de dierenverzorger in spe, 'dat is dan mond en blauw zeer.'
