Een uitgave van mats bv ©

GYMNASIUM

Jaargang XII, 5

Kijk,’ zeg ik tegen mijn vrouw, en ik wijs op de traditionele foto van mijn dochter op de lamsvacht die in haar werkkamertje hangt, nu ruim elf jaar geleden genomen door een trotse vader, ‘zij gaat naar het gymnasium.’

Wij zijn onder elkaar en dan mogen we even blinkend trots zijn op onze dochter. Volgende week begint de Cito-toets en officieel moeten we op de uitslag daarvan wachten, maar deze week hebben we al het officieuze advies van meester gehad. En eigenlijk wisten we het al, omdat alle toetsen wel zo’n beetje die kant uit wezen. En is deze periode van open dagen op allerlei middelbare scholen, hebben wij op ons gemak maar één school bezocht, het Gemeentelijk Gymnasium. Leuke school, leuke kinderen, leuke leraren, wij hoefden niet verder te kijken.

Zeer tot verbazing van een moeder die we op de open ouderavond tegenkwamen. Haar dochter zit pas in groep zeven, maar zij wilde al dit jaar beginnen met zich oriënteren en alle middelbare scholen in de stad bezoeken.

‘Maar zo kun je toch niet kiezen?’

Dat klopt, wij willen ook niet kiezen, zij wil naar deze school, ’s ochtends vijf minuten fietsen en volgens meester zal ze zich er fluitend doorheen slaan.

‘Je zal maar zo’n dochter hebben,’ zeggen wij dan tegen elkaar.

Buitenshuis stellen we ons wat terughoudender op. Zeker mijn vrouw.

‘Onze dochter gaat naar het VWO,’ zegt ze tegen haar collega’s. Het zit haar nog steeds dwars dat zij haar VWO in de avonduren moest halen en al had ze er toiletten voor moeten dweilen op het centraal station, dan nog was haar dochter naar de beste school gegaan die ze voor haar had kunnen vinden. Overigens geldt dat natuurlijk in dezelfde mate voor mijn zoon. Die kan zijn borst nu alvast natmaken en die is zich dan ook al hevig aan het indekken. ‘Ik hoef heus niet zo’n nerd te worden.’ Voorlopig wijzen de toetsen hem nog zijn zus achterna. Inderdaad, wij boffen en dat weten we.

Zoals bekend heb ik niet zo’n last van bescheidenheid als mijn vrouw. Het valt me eigenlijk van mezelf op dat ik het vanzelfsprekend vind dat ze naar ‘het gym’ gaat. Tenslotte heb ik er zelf ook geruime tijd opgezeten. Tot ieders verbazing tot en met het eindexamen. En hoewel de rapporten uit die tijd anders beweren, heb ik het op al mijn middelbare scholen erg naar mijn zin gehad.

Ik heb me tijdens de open dagen heus niet belachelijk gemaakt, maar thuis spreek ik nog steeds mijn klassieke talen.

‘Non licet bovi quod licet Iovi,’ mag ik graag zeggen tegen mijn kinderen. Het is niet aan een rund geoorloofd wat aan Jupiter geoorloofd is.

‘Unus testis, nullus testis, is ook een leuke. Een ei, is geen ei.

En als ik naar de sportschool ga: ‘Morituri te salutant.’ Mogen zij, die gaan sterven, u groeten.

We hebben geen toiletten op het centraal station hoeven dweilen, mijn vrouw en ik en het zou ook niet geholpen hebben als het niet in haar gezeten had. En toch heb ik haar al de wereld beloofd toen ze nog op die lamsvacht lag. En ze moest eens weten wat ik nog meer allemaal voor haar droom.

Het zal nog een lang jaar worden in groep 8, ze kan haast niet wachten tot het september is.

Ondertussen is ze vanavond verkleed als Sneeuwwitje naar een slaapfeestje van een vriendinnetje. Met een van onze tuinkabouters. Een tuinkabouter?

‘Ja papa, ik moet natuurlijk tenminste één dwerg meenemen.’