Een uitgave van mats bv ©
HANDEL (1)
Jaargang XII, 36
Onze zoon heeft een probleem. De spelcomputer waar hij nauwelijks een jaar geleden zijn spaarvarken voor heeft vermoord en een voorschot op zijn erfenis heeft genomen, is nu alweer hopeloos verouderd. Als semi-professioneel ‘gamer’ is de jongen het aan zijn stand verplicht om op het nieuwste van het nieuwste te spelen en dat zijn zakgeld daarvoor niet toereikend is, dat is ons probleem. Als het aan hem ligt, tenminste. Wij als opvoedkundig zeer verantwoorde ouders zien dat net even anders. Gewoon lekker doorsparen.
Dan slaat hij aan het rekenen. Als wij hem nou voor zijn verjaardag geld geven in plaats van cadeaus, veel geld, en dan ook alvast voor Sinterklaas en dan alle ooms en tantes uitnodigen, ook die uit Australië en aan hen ook geld vragen in plaats van cadeaus en het zakgeld voor de komende twee jaar alvast vooruitbetalen, dan moet het, samen met de € 2,95 die hij zelf helemaal bij elkaar heeft gespaard, net lukken. Zijn huidige spelcomputer heeft hij al via internet de koop aangeboden en hij onderhandelt – eveneens via internet – voortdurend met onbekende mannen over de prijs.
Zijn moeder, die zelf ook heel goed kan rekenen, heeft ongetwijfeld heimelijk respect voor dit rekenkundig hoogstandje, maar moet desondanks heel duidelijk zijn over dit plan. Er komt niets van in. Wij gaan niet halverwege het jaar al Sinterklaascadeaus uitdelen en bovendien hadden we niet de bedragen in ons hoofd die de jongen ons voorrekent. De tantes waarschijnlijk ook niet. En ik ben niet van plan om speciaal voor deze gelegenheid bij mijn moeder in het verzorgingstehuis langs te gaan.
Volgt de inmiddels gebruikelijke periode van mokken. En af en toe leggen wel elkaar nog eens even precies uit wat onze wederzijdse standpunten zijn. Onwrikbaar. Met de stijfkoppigheid die hij toch ook van iemand geërfd moet hebben, weigert hij een alternatief cadeau voor zijn verjaardag te kiezen. Hij zal dus niets krijgen, of iets wat hij niet wil.
Ik bespreek de situatie met een bevriend collega tijdens een lange autorit naar een verre opdracht. Hij is het soort collega dat je als vader nodig hebt. Niet omdat hij per se pedagogisch beter zou zijn, maar simpelweg omdat zijn zoon een stuk ouder is dan die van mij en het levende bewijs is dat het allemaal goed kan komen. Wij reden al met elkaar naar klussen toen die van hem zo oud was als die van mij nu en toen mocht hij zijn zorgen aan mij kwijt.
Hij laat me praten en omstandig uitleggen hoe vastberaden we zijn. Ik rij en moet mijn ogen op de weg houden, maar vanuit mijn ooghoeken zie ik een vage grijns.
‘Ik hoor wel wanneer hij het voor elkaar heeft,’ grinnikt de ervaringsdeskundige.
Het is lang stil in de auto. Voorlopig zal ik niet wijken of buigen. En zelfs al zou er een barstje komen in mijn standvastigheid, die inderdaad niet erg spreekwoordelijk is waar het mijn kinderen betreft, dan hebben we altijd nog mijn vrouw.
