Een uitgave van mats bv ©

HANDEL (2)

Jaargang XII, 37

‘Maar zij krijgt toch ook altijd wat ze wil?’

De discussie over de nieuwe spelcomputer is nog lang niet gesloten. Wat hem betreft zal die ook niet worden gesloten zo lang als hij zijn zin niet heeft gekregen. Je krijgt als ouders ongetwijfeld de kinderen die je verdient, maar deze hardnekkigheid hebben we er toch niet bewust in opgevoed.

Mijn echtgenote en ik stellen ons nog steeds niet veel soepeler op. Zijn zus krijgt dan misschien wel meestal wat ze wil, maar haar verlangenlijstjes zijn over het algemeen dan ook wat bescheidener. Zij is bovendien tot op heden geen slachtoffer van de elektronica-industrie, maar eerder een fashion-victim. Altijd bereid om gezellig met haar moeder te gaan shoppen omdat ze weet dat die het zielig vindt voor winkelbedienden om een winkel uit te lopen zonder iets te hebben aangeschaft. Soms fietst ze al zelfstandig naar de stad om in haar favoriete bijouterie restpartijen voor weinig op te kopen. Die kan ze dan eindeloos combineren. Zowel haar juwelenkistje als haar spaarpot puilen uit.

Hoewel we nog steeds even vastberaden zijn, heeft onze zoon de eerste barstjes in ons bolwerk bespeurd. We hebben er mee ingestemd om hem een geldbedrag te geven voor zijn verjaardag. Niet helemaal wat hij in zijn hoofd had, maar ook niet helemaal wat wij in ons hoofd hadden. En al helemaal niet wat zijn zus redelijk vindt in vergelijking met wat zij een paar maanden geleden heeft gekregen. Maar die moet zich er nu even niet mee bemoeien. Een opvoedkundig front tegelijkertijd.

Langzaam wordt duidelijk hoe zoonlief het heeft uitgedokterd. Aan het feit dat hij ophoudt met mokken, en niet alleen omdat hij dat van ons moet, constateren we dat hij een plan heeft.

‘Ik wil een disco op mijn verjaardag.’

Daar valt helaas weinig tegenin te brengen, want dat mocht zijn zus ook op haar verjaardag. Het verschil is dat haar groep 8 grotendeels uit gezeglijke meisjes bestond die alleen door mijn goed verzorgde tuin renden om jongetjes te vangen om mee te dansen, terwijl in zijn klas de jongetjes de overhand hebben en we dus voor kippen en katten moeten vrezen.

‘En dan vraag ik iedereen geld in plaats van een cadeautje.’

Dat vinden wij niet zo leuk en hartelijk, maar opnieuw kunnen we er weinig tegenin brengen. We besluiten ook maar buiten beschouwing te laten dat wij indirect alsnog opdraaien voor de kosten van de spelcomputer.

Tijdens de disco bleek dat hij zijn probleem heel goed had kunnen uitleggen aan zijn klasgenoten, want ze kwamen allemaal op hun paasbest met een envelopje aanzetten.

Het werd een geweldige partij waarop weinig werd gedanst maar ook relatief weinig schade werd aangericht. Zelfs de katten kwamen na een week alweer eens voorzichtig kijken of de kust alweer veilig was.

Mijn carpoolvriend reageerde nauwelijks toen ik vertelde dat de missie volbracht was. Misschien heel even een fijn glimlachje, maar dat weet ik niet zeker, want ik moest op de weg letten.