Een uitgave van mats bv ©

HARTELIJK

Jaargang X, 21

‘We hebben het helemaal verkeerd gedaan,’ zegt mijn vrouw veelbetekenend tegen mij.

‘Oei,’ denk ik, ‘oeioeioei.’ Helemaal verkeerd. Dat is heel erg, zeker bij zo’n gevoelig onderwerp. We hadden een vriend van onze dochter te eten.

‘Dat is dan jouw schuld,’ zeg ik van de schrik. ‘Jij zat zo tegen die jongen aan te slijmen dat ik me van weeromstuit spontaan genoodzaakt zag hem van zijn voetstukje af te plagen.’

‘Ik vind het gewoon een hele lieve jongen. En jij maakt grappen waarvoor je geoefend moet hebben bij ons thuis. Waardoor het dan toch weer mijn schuld zou zijn.

‘Jullie hebben je allebei heel erg aangesteld,’ zegt mijn dochter een soort van kalm en berustend; ze kent haar pappenheimers. ‘Mama veel te lief en papa veel te stom.’

Mijn vrouw en mij past slechts beschaamd stilzwijgen. Hoewel wij bij alles wat ons dierbaar is, gezworen hebben dat wij nooit ‘toffe ouders’ zouden proberen uit te hangen, is dat precies wat is gebeurd.

Bij onze eigen dochter!

Nou moet voor de duidelijkheid gezegd worden dat het jongetje in kwestie ‘gewoon’ een jongen uit haar klas is. Daar staat tegenover dat niet veel jongens uit Elma’s groep het ooit tot onze pannenkoeken-in-de-tuin hebben geschopt.

Dus!

En dan stellen wij ons aan.

….

Maar natuurlijk kan het niet zo zijn dat wij hier levenslang voor verantwoordelijk worden gehouden.

‘Ik vind hem gewoon lief,’ zegt mijn vrouw nog maar eens.

‘Hij moet wel tegen een geintje kunnen,’ voeg ik daar misschien ten overvloede aan toe.

En daar hebben we eigenlijk ook allebei gelijk in. Tenslotte is het ook onze pannenkoekentafel. En – eerlijk is eerlijk – hij heeft de laatste pannenkoek met spek gehad, terwijl ik er ook nog best wel een gelust had. En wij willen als ouders ook een eerlijke kans om terug te komen in de wedstrijd.

‘Gelukkig zien we hem volgende week weer,’ zegt mijn vrouw een tikkeltje geforceerd opgewekt.

‘Dan kunnen we het weer allemaal goed maken, ‘zeg ik zoals onze zoon graag mag zeggen tijdens grote familie-ruzies.

‘De laatste kans,’ zegt de dochter half dreigend, half voor de grap.

Nou moet ze niet te ver gaan. Tenslotte is dit snuitertje pas de eerste in een lange rij snuitertjes die nog zal volgens. Daar past een zekere bescheidenheid.

Ik zie aan mijn dochter dat ze het ergste moet vrezen. En ik zie op een jeugdige en onschuldige jongenssnoet een hele valse grijns verschijnen. Die verheugt zich op de dingen die komen gaan.

‘We zullen heel normaal doen,’ zeg ik bezwerend.

‘Ja,’ zegt mijn zoon, ‘héél normaal.’

‘Nee,’ zeg ik, ‘écht normaal.’

‘Laten we als gezin afspreken dat we ons fatsoenlijk zullen gedragen naar die jongen toe,’ zegt mijn vrouw nadrukkelijk. Ik knik schijnheilig instemmend.

Maar het hangt er natuurlijk ook van af hoe het jongetje zich zelf opstelt.