Een uitgave van mats bv ©
HET GEHEIM
Jaargang X, 1
Onze zoon weet het nu ook. Dat komt niet als een verrassing. We realiseerden ons allemaal wel dat het de laatste Sinterklaas zou zijn dat hij nog echt bestond. Zijn halve klas geloofde al niet meer, maar hield op een of andere ongelooflijke manier haar mond. Terwijl zijn zus vorig jaar al door een overijverige wijsneus was voorgelicht. Wij begonnen te vrezen dat de jongen het ons nooit zou vergeven als hij er achter zou komen dat we hem zo lang voor de gek gehouden hadden terwijl zuslief en sommige van zijn eigen vrienden het als wisten. Maar we wilden ons ook niet de laatste echte Sinterklaas laten afnemen. Zo snel mogelijk daarna zouden we het hem vertellen.
Dat werd toch nog pardoes het Kerstontbijt. We kregen het over zijn vriend Eric, die helaas in Amerika woont en die dus op z’n Amerikaans in de zenuwen zat voor Santa Claus.
‘Maar ik denk niet dat hij nog echt gelooft dat de Kerstman op zijn arrenslee al die cadeautjes komt brengen,’ zegt de zoon langs zijn neus weg.
Ikzelf zit nog een beetje te suffen boven mijn croissantje, het is tenslotte Kerstmis, maar mijn vrouw is heel alert en pikt het overduidelijke signaal op.
‘Hoe denk jij dan eigenlijk dat het met Sinterklaas zit?’ vraagt zij zo mogelijk nog langs haar neuser weg. ‘Dat die op zijn schimmel al die cadeautjes komt brengen?’
‘O,’ zegt hij, ‘doen jullie dat dan?’ De jongen is snel van begrip.
‘Kopen jullie die cadeautjes dan ook zelf?’ En hij is praktisch van aanleg.
‘Ik had al gedacht hoe dat dan zou kunnen. Dat hij dat niet allemaal zelf kan doen.’ Maar hij heeft het toch nog niet helemaal begrepen.
‘Maar bestaat Sinterklaas dan toch wel?’
‘Nee jongen,’ geeft mijn vrouw grif en ruiterlijk toe. ‘Dat is nou het geheim van Sinterklaas. Dat hij vroeger wel bestaan heeft, maar nou niet meer. En dat alle ouders tegen hun kleine kinderen net doen alsof hij nog leeft en pas vertellen hoe het zit als de kinderen groot genoeg zijn. En nou vertellen wij het jou.’
‘Ik wist het al lang,’ doet de dochter een duit in het zakje.
‘Ja hoor, jij wist het al lang! Natuurlijk!’ Hij moet even zijn verwarring weghonen.
‘En iets in de schoen, dat doen jullie ook?’
‘Ja, en nu weet jij het ook. Maar je mag het nog niet vertellen aan je vrienden die het nog niet weten. Zij zullen het pas horen als ze er klaar voor zijn.’
Mooi gezegd. Het is een tijdje stil bij ons aan het luxe ontbijt. Het smaakt ons en de kaarsjes branden, de kerstboom geurt naar kerstboom en het kindje Jezus ligt er heel tevreden bij in zijn kribbe. Op de achtergrond draaien wij zachtjes een CD van de Maastreechter Staar.
Als we zo een tijdje hebben geluisterd naar het kraken van zijn hersentjes, pols ik eens hoe het grote nieuws is gevallen.
‘Wat vind je jongen, jammer dat je het nou weet?’
‘Nee,’ zegt hij, ‘goed!’ en ik zie aan zijn oogopslag dat hij verrast is, maar dat hij het prima vindt en dat het zo goed is.
Dát is het geheim van Sinterklaas.
