Een uitgave van mats bv ©
HONGER
Jaargang VIII, 25
De kat en ik zitten naast elkaar op de bank. Dat is op zich al vreemd. Een doorsnee kat zit bij z'n baas op schoot, als die op de bank zit, lekker een beetje spinnen. Maar deze kat beschouwt mij dan ook niet als zijn baas. Eigenlijk beschouwt deze kat mij helemaal niet, hij negeert mij. Ik heb daar geen moeite mee, ik weet een beetje arrogantie wel te waarderen in zo'n beest, dat is katten tenslotte eigen. Maar het verbaast me wel omdat ik het altijd erg goed met mijn katten heb kunnen vinden. Met deze dus niet, daar sta ik blanco tegenover, en zo heet hij dan ook. Trouwens ook omdat hij spierwit is. Hoe geheel anders is dat tussen mijn vrouw en die kat. Hij zit zelfs bij haar op schoot te spinnen als ze helemaal niet op de bank zit. Ook met mijn dochter kan hij het geweldig vinden, 's avonds slaapt hij meestal bij haar in bed.
Hoewel het me dus niet zoveel uitmaakt, heb ik er wel over nagedacht. Het zou er mee te maken kunnen hebben dat ik meestal degene ben die hem naar de dierenarts brengt, hij associeert mij dus met pijn. Een paar weken geleden heb ik hem nog naar de dokter gebracht voor de operatie die alle katers vroeg of laat moeten ondergaan en mijn vrouw ging hem daar samen met de kinderen ophalen. Maar als ik degene die mij voor een vergelijkbare operatie naar het ziekenhuis heeft gebracht, zou negeren, zou ik geen huwelijk meer over hebben.
We zitten een beetje verongelijkt naast elkaar op de bank, de kat en ik. Ik omdat er niemand is als ik thuiskom, behalve de kat en de kat omdat er niemand is als hij thuiskomt, behalve ik. We hebben allebei geen reden om verongelijkt te zijn. Mij is waarschijnlijk gewoon verteld waar de rest van het gezin is, maar ik heb niet opgelet. Ik weet dus ook niet of ik mijn eigen kostje uit de koelkast bij elkaar moet scharrelen of dat er iets centraal geregeld is, en ik heb honger. De kat heeft ook honger maar die zou mij gewoon om eten kunnen vragen. Dat weigert hij uit principe. Hij zou ook zijn eigen kostje bij elkaar kunnen scharrelen in de vrije natuur, maar ik betwijfel of hij dat kan.
Daar horen we de voordeur en we veren op. Als ik vrouw en kinderen zie binnenkomen, weet ik ook weer meteen waar ze waren: tennissen. Dat was me inderdaad verteld. Ze hebben een boodschappentas bij zich, dus het eten zal centraal geregeld worden en gelukkig ben ik niet vergeten boodschappen te doen.
'Daar zijn we weer!' Gezellig.
'Dag jongetje! Heb je me gemist? Heb je zo'n honger? Ik heb een heerlijk visje voor je meegenomen van de markt.'
Voor alle duidelijkheid: ze heeft het tegen de kat.
