Een uitgave van mats bv ©

HUISWERK

Jaargang XI, 40

Opvoeden betekent ook dat je je kinderen dingen moet leren waar jezelf niet zo goed in bent. Het goede voorbeeld geven is altijd het beste, maar dat lukt soms gewoon niet. Tegen je verlies kunnen, bijvoorbeeld is vast een van de standaard normen en waarden die je als ouder je kind dient bij te brengen, maar ik word zelfs al chagrijnig als mijn favoriete voetbalclub verliest.

Zo was ik laatst weer eens in het stadion met mijn zoon en een vriendje. Mijn vrouw had voor de verrassing super-de-luxe kaarten voor ons geregeld en we zaten direct aan de rand van het veld, waar je de spelers bijna kunt aanraken en de grensrechter steeds voor je neus heen en weer draaft. Weinig verheffend, de discussies die ik dan met zo’n man voer in twijfelgevallen. En dat terwijl zich een regelmatige overwinning aftekende voor mijn cluppie.

Bij hockey, waar ik tegenwoordig bijna elke zaterdag langs de lijn sta als onbezoldigd hulpcoach, gaat het gelukkig wat beter. Dat heeft te maken met de echte coach die ons duidelijk te verstaan heeft gegeven dat opmerkingen tegen de wedstrijdleiding niet getolereerd worden, van spelertjes niet en van ouders al helemaal niet. Ik geloof niet dat ze dat speciaal tegen mij zei, maar ik heb het me wel heel schijnheilig aangetrokken. Bovendien roept hockey toch niet die basale emoties bij me op; het blijft natuurlijk hockey. Daar komt nog bij dat het scoreverloop van de eerste paar competitiewedstrijden geen aanleiding gaf tot veel opzwepende opwinding: 0-21 en 0 –15. De derde wedstrijd ging al wat beter: 0 – 5 en afgelopen weekend was ik er door omstandigheden niet bij en dat was maar goed ook. Het schijnt namelijk heel spannend geweest te zijn; heel lang stond het 1- 1 waarbij mijn zoon ook nog eens had gescoord. Waarschijnlijk had ik mezelf te schande gemaakt toen het in de laatste minuten alsnog 1 – 2 en zelfs 1 –3 werd.

Hetzelfde bij tennis. Tijdens de clubkampioenschappen kan ik me mateloos ergeren aan de poule-indeling die er klaarblijkelijk op gericht is om de kindertjes van de organiserende commissie een beker te bezorgen. Terwijl het de bedoeling zou kunnen zijn op die leeftijd de kinderen een paar leuke wedstrijden te laten spelen, vliegen de ballen die van mij beangstigend om de oren. Zelfs mijn vrouw vond het nodig om er wat van te zeggen en die heeft de sportiviteit zo’n beetje uitgevonden. Die heeft vroeger nog gekorfbald. Gekórfbald!

We mogen blij zijn dat ik de opvoeding niet alleen hoef te doen.

Het goede voorbeeld wordt steeds belangrijker.

Op school bijvoorbeeld. Nooit mijn fort geweest. Vertel mij niets over huiswerk vergeten of een meester die de pik op je heeft en altijd net kijkt als jij toevallig eens wat zegt. Ik begrijp het maar al te goed. Mijn moeder en zussen vertellen nog graag over mijn rijke scholen-verleden omdat ze weten dat het uiteindelijk goed gekomen is. Opvoedkundig is dat niet handig, want die nuance ontgaat de kinderen. Die willen een duidelijk voorbeeld.

Ik vermoed dat dat de reden is waarom mijn vrouw op latere leeftijd nog aan een schriftelijke cursus Frans is begonnen en daar elke dag opzichtig in de woonkamer huiswerk voor zit te maken.

Voor de lol en het Frans kan dat niet zijn.