Een uitgave van mats bv ©
HYGIENISCH
Jaargang VII, 33
De zoon staat op de rand van het bed, neemt een aanloopje en stort zich met een ijselijke kreet bovenop zijn vader, waarbij hij zijn val met z'n knieën tegen mijn ribben breekt. Gelukkig heb ik op het laatste moment zijn zus van het bed kunnen gooien. Met mijn getrainde en soepele lichaam kan ik het gewicht van dat stevige jongetje wel opvangen, maar zij is nogal gehecht aan de paar tanden die ze nog in haar mond heeft. Uit alle macht til ik de jongen boven mijn hoofd en kwak hem daarna met een ferme dreun naast me op het bed. De kroonluchter beneden in de kamer, die we niet hebben, zou aan het plafond gerinkeld hebben. Hij valt snoeihard met zijn ronde billen op de marmeren voet van de schemerlamp, maar geeft geen kik: waar geklooid wordt, vallen blauwe plekken. Ondertussen valt de dochter me krijsend in de rug aan.
Mijn vrouw verlaat zogenaamd hoofdschuddend het strijdtoneel. Wat wij zondagochtend op het ouderlijk bed uitspoken, heeft al lang niets meer met stoeien te maken, dat lijkt nog het meest op oorlog. Voor buitenstaanders wellicht een merkwaardig gezicht, maar die zijn er toch niet op onze slaapkamer en het houdt ons scherp en afgetraind. Uitslapen is sowieso iets van heel lang geleden en wij vinden dat er beroerder manieren zijn om wakker te worden.
'Pas op,' brult de dochter, 'want nu word ik hygiënisch.'
'Oeioei,' zeg ik tegen haar broer, 'dekking zoeken, ze wordt hygiënisch.'
'Kom maar op als je durft met je hygiënisch,' daagt die zijn zus strijdlustig uit.
'Meisje ik waarschuw je: als jij hygiënisch wordt, dan word ik het ook en hij ook en dan heb je de poppen aan het dansen.'
'Ja, pas maar op jij,' dreigt de jongen.
'Eh...pappa, wat is hygiënisch eigenlijk?' Soms leer je eerst een woord en pas later wat het betekent.
'Ja hoor eens,' pest ik, 'jij begint er over. Je merkt het vanzelf wel als je het geworden bent. Maar niet achteraf gaan zeuren of gaan piepen bij mamma; ik heb je gewaarschuwd.
'Hygiënisch op je kop,' jent haar broer, die altijd voor een geintje te porren is.
'Neehee, pappa, zeg nou!'
'Nou meisje, dat is nog niet zo makkelijk uitgelegd. Ik wil het wel even voordoen als je durft.'
'Mag ik het doen pappa, mag ik het doen?' Dat mannetje ruikt de sensatie.
'Nee, niet zo flauw doen, nu moet je het zeggen.'
Mijn zoon en ik kunnen nog veel flauwer als we willen, maar omwille van de lieve vrede kan ik het woord nu misschien beter uitleggen. Zo trainen wij het lichaam en tegelijk de geest op deze zondagochtend.
'O,' zegt ze, toch ietwat beteuterd, 'maar dan ben ik eigenlijk al hygiënisch.'
Dat zal niet lang meer duren als we het menselijke bommetje niet ontwijken dat op de rand van het bed alweer op het punt staat om zichzelf te lanceren.
'Van onderen!'
