Een uitgave van mats bv ©
IN VERWACHTING
Jaargang IX, 33
'G. heeft weer een zwangere,' zegt mijn vrouw.
Ik verslik mij bijkans in een slokje thee. We zitten in de tuin op ons schommelbankje en we hebben net een tijdje gezellig gezwegen. Allebei bezig met onze eigen gedachten, die trouwens ook vandaag wel weer wat overlap zullen hebben. De kinderen liggen in bed. De opmerking komt nogal pardoes dus. Het zijn absoluut mijn zaken niet, maar ik dacht dat G. haar gezin wel zo'n beetje compleet had. Er zal toch niet een van haar dochters...? Ik schud de gedachte onmiddellijk van me af, dat zijn ternauwernood brugpiepers. Tegelijk realiseer ik me dat ze het over de kat van G. heeft. Dat is de moeder van onze Blanco. Ik kan er maar niet aan wennen dat er met van die mensentermen over dieren wordt gesproken. Volgens mij is een kat drachtig of iets dergelijks, maar niet zwanger.
'Het worden dit keer grijze poesjes,' meent mijn vrouw te weten.
Maar daar is helemaal niets van te zeggen. Ik had vroeger ook al eens een witte kat, net als Blanco en z'n moeder - toeval bestaat niet - en toen die...eh...trouwde met de zwarte poes van de bovenburen, kwamen daar 2 witte, 2 zwarte en 1 grijs poesje van. Dat kwam toen overigens nogal onhandig uit, omdat ik tot de geboorte ontkend hadden dat die van mij de vader was.
'En ze zullen vast net zo lief zijn als onze Blanco.'
'Wat wil je daar mee zeggen, schat?'
Ik probeer zo neutraal mogelijk te klinken. Maar ik ben natuurlijk niet van gisteren; ik laat mij niet verleiden tot een discussie over de kleur en het karakter van onze toekomstige kat omdat het dan zou lijken alsof ik al geaccepteerd zou hebben dat er überhaupt een nieuwe kat komt. Wij hoeven geen nieuwe kat, want onze oude doet het nog heel goed, die is nog lang niet op. We mogen en moeten blij zijn dat we eindelijk een kat hebben die begrijpt dat hij aan de andere kant van de drukke verkeersweg achter ons huis niets te zoeken heeft. Ik heb van onze Blanco ook niet de indruk dat hij zich eenzaam door het leven sleept of op zoek is naar een kleine druktemaker als speelkameraadje om zijn bakje met brokjes mee te delen. Over een paar weken komt bovendien ons nieuw beklede bankstel van de stoffeerder en ik zie dat kleine grijze uitvretertje al in de rugleuning hangen.
Dat bedenk ik allemaal en dat ga ik zo meteen ook hardop zeggen, maar we weten allebei waar dit op gaat uitdraaien. Over een paar weken staan we weer in de bijkeuken van G. naar een mandje met wormpjes te kijken. En weer een paar weken later zijn die wormpjes schattige donzen bolletjes geworden. Wit, zwart of grijs, daar valt nog niets met zekerheid van te zeggen.
Ik kan maar beter vast een naam gaan verzinnen.
