Een uitgave van mats bv ©
KAMPEREN
Jaargang X, 27
Wij gaan dit jaar gewoon weer op vakantie naar Portugal. Een lieve vriendin van ons heeft daar een mooi huis, met een zwembadje, vlak bij het strand en satelliettelevisie. Wij zoeken nu eenmaal graag schelpen op het strand, plonsen graag in ons eigen zwembadje en drinken graag een biertje als het verder overal te warm voor is. En vorig jaar zijn we zelfs een keer naar het plaatselijke archeologische museum geweest, op voorstel van onze zoon die immers paleontoloog of desnoods archeoloog wil worden. Dit jaar gaan we een paar dagen cultuur doen in Lissabon, tenminste als het aan mijn vrouw ligt. En het avontuur, weten we uit ervaring, komt op een of andere manier altijd wel op ons pad.
Waarschijnlijk is het voorlopig even de laatste keer dat we gaan. Want het is nu al voor de derde keer en onze dochter wil volgend jaar graag toch weer eens naar Griekenland, hoewel we daar ook al twee keer zijn geweest. Mijn vrouw heeft al een paar keer geopperd dat het misschien leuk is om eens een fietstocht door eigen land te maken en ikzelf dacht aan Italië, waar we nog nooit samen naar toe zijn geweest. De zoon wil best wel naar Italië, in verband natuurlijk met de archeologie-hobby, en desnoods nog wel naar Griekenland, hoewel zijn zus dat ook wil, in elk geval absoluut zeker helemaal niet twee weken gaan fietsen, maar eigenlijk heeft hij een ander snood plan ontwikkeld. Hij wil gaan kamperen!
Nou niet allemaal over die jongen heen vallen, want ik kan het uitleggen. Laat ik het zo formuleren: van huis uit heeft hij het niet meegekregen. U kent mijn vrouw niet, maar u hoeft zich haar in elk geval niet voor te stellen terwijl ze met een rolletje wc-papier ’s nachts over de camping loopt op weg naar de gezamenlijke sanitaire ruimtes. En een zogenaamde vrije camping met een klaterend bergbeekje vinden wij dan geen alternatief omdat je je de volgende ochtend weer in datzelfde beekje moet wassen. Ikzelf vind dat de mens sinds de uitvinding van de baksteen niet meer onder tentdoek hoeft te slapen, tenzij strikt noodzakelijk. Bovendien ben ik vroeger bij de verkennerij geweest en dat is weliswaar al heel lang geleden, maar nooit helemaal overgegaan.
Maar onze zoon is bij gelegenheid van de verjaardag van een vriendje één nachtje gaan kamperen op een natuurcamping bij ons in de buurt. Mét kampvuur en nachtspel. Voor de goede orde, een natuurcamping is iets anders dan een naturistencamping en met vuurtje stoken en marshmallows roosteren is natuurlijk helemaal niets mis. Wat wij van tevoren al hevig vreesden, is ook gebeurd: hij vond het erg leuk.
‘Dat moeten wij ook eens doen met zijn vieren.’
‘Zonder mij,’ zegt mijn vrouw erg genuanceerd.
‘Bij ons wordt niet gekampeerd,’ leg ik de jongen duidelijk uit.
Zijn zus zegt niks, en dat is verontrustend, want die vond het prehistorisch kamp, waarvoor mijn vrouw nog steeds in behandeling is, vorig jaar eigenlijk ook best leuk.
We zien een comfortabele democratische meerderheid van stemmen voor onze ogen afbrokkelen.
