Een uitgave van mats bv ©

KANONNEN

Jaargang XI, 34

We zijn naar Sail 2005 geweest, mijn zoon en ik, in Amsterdam. Uitgenodigd door het hotel waar ik elke week een nachtje logeer. Een VIP-uitnodiging wel te verstaan.

‘Is dat duur?’ vraagt de jongen.

‘Nou, volgens mij kost dat wel een paar centen,’ zegt ik, ‘maar dat geeft niks, want we hoeven het toch niet zelf te betalen.’

‘Maar als dat zo duur is en het hotel geeft jou dat gratis, dan hebben ze toch eerst een heleboel aan jou verdiend.’

Kijk, zo simpel steekt de wereld van de PR en marketing nou in elkaar.

‘Klopt als een bus, maar dat zal ons ook een zorg zijn, want het hotel wordt ook door de baas betaald.’

‘Nou,’ concludeert hij, ‘dat hebben wij mooi voor elkaar.’

Inderdaad, want VIP blijkt ook echt VIP. We worden heel hartelijk ontvangen in de passagiersterminal in de haven en kunnen meteen aanschuiven aan het buffet. Die vorm van voedselverschaffing heeft als grootste voordeel dat je zo vaak kunt opscheppen als je wilt, ook toetjes. Een buitengewoon vriendelijke juffrouw van de organisatie vertelt ons vast waar we straks moeten gaan staan voor de beste plaatsen om het afsluitende vuurwerk te bewonderen. De zoon en ik denken dat we daar nog wel een paar ideetjes kunnen opdoen voor onze eigen eindejaarsvoorstelling en knopen dat goed in onze oren.

Vervolgens raken we de kaartjes voor de rondvaart kwijt, maar we mogen toch op de boot. We hebben blijkbaar zo’n dag getroffen dat iedereen het beste met ons voor heeft. Op de rondvaartboot tussen rondkrioelende drijf-Amsterdammers in alle soorten en maten en de prachtige schepen waar we voor gekomen zijn, is het oergezellig. Zoals gebruikelijk kwebbelt de zoon aan één stuk door en slaagt hij er desondanks in om het hele fototoestel vol te schieten.

Als we ruim op tijd strategisch staan opgesteld voor het vuurwerk, blijkt opeens hoe VIP we eigenlijk zijn uitgenodigd. Op een paar meter van ons vandaan grijpt opeens een meneer de microfoon om iedereen te bedanken voor het geslaagde evenement.

‘Kijk,’ zeg ik tegen mijn zoon, ‘dat is Job Cohen, de burgemeester van Amsterdam.’

‘Die ga ik om een handtekening vragen,’ kondigt hij aan.

Dat zal niet gaan lukken, denk ik, want ik heb de brede mannen met bobbels onder de oksel om de burgemeester heen zien staan; veiligheid was dit jaar een belangrijk punt bij Sail.

Maar zelfs de strengste beveiligingsbeambte ziet blijkbaar geen terroristje in onze zoon en zonder problemen dringt hij door tot Job Cohen, die ook niet te beroerd blijkt om een prachtig leesbare handtekening op de arm van het jongetje te kalken. Papiertje vergeten.

Zo’n dag. Als we diep in de nacht thuiskomen, moeten we mama en zijn zus wakker maken om het van ons af te praten.

Als ik de volgende dag op de computer de foto’s bekijk die hij heeft gemaakt, zie ik dat we het evenement toch verschillend hebben beleefd. Op bijna elke foto staat wel een kanon. Oude kanonnen op historische schepen en nieuw wapentuig op de marineschepen die ook aanwezig waren. Misschien wat te veel aandacht voor kanonnen voor de zoon van een ernstig principieel pacifistische vader. Aan de andere kant zit er ook een miniserie tussen van een opvallend boegbeeld op een van de grote zeilschepen, dat misschien beter borstbeeld had kunnen heten, gezien de nadruk op de eerste van de twee lettergrepen. Dat was mij ook opgevallen.