Een uitgave van mats bv ©
KAT VAN HUIS
Jaargang XII, 22
Mijn vrouw gaat een weekje met vriendinnen op vakantie en dat is heel stoer voor iemand die al heimwee krijgt van het eerste de beste wegwijsbord naar Schiphol. Heel even was er sprake van dat ik in die week zou oppassen op de kinderen, maar dat is natuurlijk een ernstig seksistische en mandiscriminerende formulering. Vaders passen niet op de kinderen, vaders nemen hun medeverantwoordelijkheid in de verzorging en opvoeding. Deze vader tenminste wel. Als de agenda het enigszins toelaat. Mijn vrouw opperde dat het misschien een goed idee zou zijn om mijn agenda helemaal schoon te vegen en het er ook eens lekker van te nemen. En dat is goedbeschouwd wel weer een compliment. Veel oppasvaders schieten namelijk in de stress als ze helemaal alleen voor de gezinsverzorging komen te staan, mijn vrouw weet dat ik als participatievader dat met één hand op de rug en twee vingers in de neus doe. Erger nog: ik vind het gewoon leuk.
Alleen wel op mijn manier natuurlijk, dus het zeer gedetailleerde instructiebriefje gaat onmiddellijk de prullenbak in, zodra ik zeker weet dat ze de straat uit is. Vanavond zullen we de biologisch geteelde bloemkool, het scharreltartaartje en met de hand geraapte aardappelen eten die nog op voorraad waren, maar daarna schakelen we over op mijn culinaire succesnummers. Macaroni met gehaktballetjes, zelfgemaakte cheesehamburgers en patatten, barbecue en tenslotte - absoluut hoogtepunt - pizza’s van de pizzakoerier, na de wedstrijd van het Nederlandse elftal op het WK. Behalve de agenda en de macrobiologische groente is ook het dieet even op een laag pitje gezet.
We maken het ons gemakkelijk deze paar dagen. Het ijzeren regime van school en clubjes gaat gewoon door, daar hoeven we zo diep in het seizoen niet echt meer over na te denken, dat gaat op de automaat. Het hockeyseizoen is overigens afgelopen; zodra het weer wat beter werd. Maar als Phoebe in de zoveelste herhaling van Friends op het punt staat te bevallen terwijl mijn klassieke macaronischotel net klaar is, eten we gewoon op een theedoek op schoot voor de televisie. Zij vakantie, wij ook een soort van vakantie.
‘Ik bel overmorgen wel weer,’ zegt mijn vrouw bij wijze van motie van vertrouwen.
‘Jij belt gewoon morgen weer op dezelfde tijd,’ antwoord ik vriendelijk.
Het hoogtepunt komt aan het eind van de week als we spijbelen en een dagje naar het strand gaan. Nou is spijbelen niet meer zo spannend als vroeger en het heet ook niet meer zo; bovendien mag het. Je belt met het Hoofd en vraagt toestemming. Hij houdt je een paar muisklikken op zijn computer in spanning, maar dan mag het gewoon. Is toch anders.
Het is een heerlijke dag op het strand en de kinderen waarderen zichtbaar wat ik allemaal voor ze doe. Ze blijven de hele tijd een beetje in de buurt en laten zich gewillig invetten met een factortje 35.
‘Dan hoef ik eigenlijk straks alleen nog maar te gaan slapen en dan is mama er alweer,’ zegt mijn dochter, zorgvuldig formulerend om niemand voor het hoofd te stoten.
En haar broer, die natuurlijk mijlenver te cool is om zijn moeder te missen, informeert: ‘Hoe laat komt mama nou precies aan?’
Dat valt moeilijk in te schatten. ‘Jullie moeder kennende, zal ze in elk geval proberen om de piloot wat extra gas te laten geven.’
