Een uitgave van mats bv ©
KERSTHUIS
Jaargang VII, 51
De dagen worden kort en voordat je het weet is het Kerstmis. Het jaar werkt zich bij ons elk jaar tegen het eind van het jaar naar een hoogtepunt. De trouwdag van mama en papa, de verjaardag van mamma, de verjaardag van Sinterklaas en dan kun je erop wachten. En toch komt het altijd te vroeg. Zijn we er niet klaar voor en moeten we ons weer in het kerstgevoel wringen. Qua vrede op aarde zijn de we de laatste tijd natuurlijk ook niet echt in de stemming gekomen.
Na de laatste schooldag is onze dochter thuisgekomen met een kersthuis. Zelf geknutseld van papier maché en prachtig met sneeuw en lampjes achter de ramen. Dat komt onder de kerstboom te staan een stukje verder dan de kerststal. Dat is dan zogenaamd de laatste herberg waar Jozef en Maria tevergeefs hebben aangeklopt voor een slaapplaats voor de nacht. Helaas, vol! De herbergier vond dat nog wel zielig voor die twee en heeft ze toen dit stalletje gewezen dat eigenlijk een uitgeholde computermonitor is. En vandaar uit zie je in de verte de drie koningen al aankomen. Het knutselen zit bij ons vreselijk in de familie en onze zoon heeft al gedreigd een kruis voor boven op de kerstboom te timmeren. De jongen praktiseert op het moment creatief timmeren. Met de man van de oppas heeft hij een poppetje getimmerd die Houten Harrie heet, maar eerst anders heette omdat hij steeds kapotging. Vanmiddag heeft hij een stukje van de bezemsteel afgezaagd en zijn naam gespijkerd in een balk die we nog over hadden van een verbouwinkje.
Ach, de kerstboom. Langzaam komt het kerstgevoel opzetten. Sinds jaar en dag halen we de boom met z'n drieën bij Ome Joop, maar papa weet nog goed hoe hij vroeger die lange weg naar het bos affietste.
'Ik ga mama helpen in de keuken,' zegt mijn dochter en ze huppelt van tafel.
Geen nood, mijn zoon is er nog. Die kan het verhaal niet vaak genoeg horen, hoe papa uren liep te dwalen in het bos van de meester van de tweede klas.
'Mama mag ik computeren?'
'Niet te lang hoor!'
'Het moest precies de goede boom zijn. En als ik hem dan had, was het al bijna donker en moest ik weer dat lange, stille pad naar huis fietsen.'
'Papa hier heb ik al eens het derde level gehaald. Dat is heel goed hoor.'
'En als ik thuiskwam, dan was Kerstmis eigenlijk begonnen. Dan deed mijn vader de kaarsjes in de boom. Dat zijn dezelfde kaarsjes die wij nog hebben.'
'Papa nou moet je even stil zijn, want ik moet opletten.'
Geeft niks, misschien inderdaad een keer te vaak verteld. Als ze zo oud zijn als ik hebben ze tegen hun eigen kinderen vast net zo'n verhaal als ik en daar speel ik dan vast een rol in met mijn eigen verhaal. Zo werkt dat met tradities. Ik moet eens diep zuchten.
En ik moet er ook om denken een verlengsnoer te kopen, want we hebben dit jaar de extra stekker van haar kersthuis.
