Een uitgave van mats bv ©

KEURIG

Jaargang XI, 16

Omdat de zondagse auto in het onderhoud is, staat de garage leeg en kan daar dus eens goed de bezem door heen. € 9, 25 aan statiegeld en ik weet niet hoeveel aan oud papier dat wij altijd gratis weggeven aan vage recycledoelen! Ooit zal hij toch wel terugkomen, mijn klassieker, en dan vindt hij dat fijn, zo’n opgeruimde garage.

Maar uitgerekend nu ik hier bezig ben, komt daar zo’n keurige mevrouw ons pad op, samen met een meisje, duidelijk haar dochter, allebei de fiets aan de hand. Ik had ze wel zien komen door de garageruitjes, maar ik dacht eerst nog dat ze iets in de brievenbus kwamen stoppen vanwege een of andere bestuursfunctie of commissariaat van mijn vrouw. Mijn vrouw dacht dat niet, dus die was eerder bij de voordeur toen ze aanbelden.

Jammer, want we moeten allebei instinctief gevoeld hebben wie die twee waren. Ik was gráág als eerste bij de deur geweest en dat wist mijn vrouw, vandaar háár sprintje. En erbíj komen staan, als de een de deur heeft opengedaan, dat is stom. We hadden hier te maken met de baasjes van het moordenaartje van onze kippen, een vuilnisbakje met een rood halsbandje.

Ze waren al gesignaleerd door de buurt-tamtam, hij had nog meer slachtoffers gemaakt in de buurt en mijn vrouw had al eens gepolst of ik soms langs wilde gaan. Nou en óf! En toen moest ik er nog even over nadenken, want ‘wat zou ik er mee opschieten?’

Omdat mijn vrouw het eerst is, kan de keurige mevrouw bij ons aan de voordeur op alle begrip rekenen.

‘Dat was de mevrouw van dat hondje.’

‘Ja én?’ vraag ik streng. Laten we niet vergeten dat ik onze drie blonde kippen eigenhandig de kop heb moeten afhakken om ze uit hun lijden te verlossen nadat ze door dat keffertje waren aangevallen. Van mij mag men niet al te veel mededogen verwachten.

‘Zij vindt het heel erg, ze wonen hier pas een half jaar en als we nieuwe kippen willen aanschaffen, dan wil zij dat vergoeden.’

‘Heb je gezegd waar onze kippen vandaan kwamen en wat ze gekost hebben?’

‘Nee, wat schiet je daar nou mee op? Ze kan trouwens niet garanderen dat hij het niet meer doet, want af en toe ontsnapt hij.’

‘Dus wij mogen stad en land afreizen om nieuwe kippen te vinden, zodat het schoothondje van haar ze vervolgens kan komen opvreten? Het moet niet gekker worden.’

Niet voor niets wilde mijn vrouw eerder bij de deur zijn.

‘Ik weet het goed gemaakt, ik zal heel redelijk zijn. Ik wil graag drie nieuwe Orpingtons, boeuf. Ze hebben ze vast nog wel in het safaripark waar die van ons vandaan kwamen of anders heb ik wel een adresje in Ommen. Dus als die mevrouw dat echt meent van die excuses….’

‘Doe niet zo gek.’

En dat is dan einde discussie; ik ga natuurlijk ook niet achter die mensen aan fietsen.

Overigens heb ik gehoord dat er in Barneveld elke week een pluimveemarkt schijnt te zijn. Bij wijze van spreken om de hoek. Ook weer eens een leuk uitstapje voor het hele gezin.

Zou die keurige mevrouw tenminste op een ijsje kunnen trakteren.