Een uitgave van mats bv ©
KIPPENLIEFDE
Jaargang VIII, 6
Dit weekend is kippenknuffelweekend. Het pluimvee heeft de laatste tijd wat weinig liefde gehad; wel genoeg legkorrels, elke dag een handje gemengd graan en steeds een bakje vers water, maar weinig liefde. In het nieuwsorgaan van de plaatselijke pluimveefokvereniging, waarop we geabonneerd zijn hoewel er bij ons van fokken geen sprake is bij gebrek aan haan, lezen we dat kippen op een liefdeloze behandeling kunnen reageren met het staken van de eiproductie. Op zich is dat mooi duidelijk: ik ben ontevreden dus ik leg niet meer. Een stuk duidelijker in elk geval dan een gekwelde blik in de ogen of overdreven 'er is niets aan de hand'-gedrag. Duidelijk genoeg ook om mij te alarmeren.
Dus worden op deze zaterdagmiddag de mouwen opgestroopt en krijgen de kippen wat quality time. Mijn dochter gaat mee naar buiten, want een beetje een zielig verhaal maakt pleegzuster Florence Nightingale in haar wakker. Hoewel het al in de middag is, zijn de kippen net van stok. Het verhaal gaat dat kippen gelijk met de zon opstaan. Mijn kippen hebben dat verhaal nooit gehoord. In het weekend komt het regelmatig voor dat zelfs mijn zoon en ik nog eerder op zijn. Ons maakt dat niet uit, in een huis dat vaak wat weg heeft van een psychiatrische dieren-inrichting, kan je moeilijk verwachten dat uitgerekend de kippen normaal zijn. Zeker niet gelet op hun traumatische safaripark-verleden.
Een beetje stram en luid kakelmopperend stappen ze uit hun ren de tuin in, op zoek naar malse grassprietjes. Met de handen in de zij staan de dochter en ik het tafereel te bekijken.
'Die is wel heel mager, hè pappa?'
Dat was mij ook al opgevallen en het schiet door me heen dat ze ook wel eens gewoon te oud zouden kunnen zijn om te leggen. Daar lees je nooit over in het verenigingsorgaan, wat op zich heel verwonderlijk is, want ik kan me toch niet voorstellen dat bij de liefhebbers bejaarde kippen gewoon in de soep verdwijnen. Bij ons in elk geval niet.
Aan de slag. Drollen ruimen, wanden vegen, ramen lappen en de ren aanharken. Een schep nieuw zand om scharrelgaten op te vullen, een dikke laag droog houtmot en een grote berg vers hooi als nestje.
Dan repareer ik het dak van het nachtverblijf dat wat lekkage vertoont.
'Zó, kláár.' Op dat teken hebben de kippen gewacht want in druk onderling overleg scharrelen ze weer naar binnen. Na een korte inspectie van het hok klonteren ze samen op de nieuwe berg hooi. Ook dat meldt de vakliteratuur niet, of ze acuut weer gaan leggen na een extra dosis liefde. Aan de andere kant kan ik me voorstellen dat je als kip wel van die eieren af wil als je ze al een paar weken uit protest ophoudt.
Ik krijg een brok in de keel. 'Rustig maar meiden, neem de tijd, voelen jullie je niet verplicht.'
Toch een schuldgevoel natuurlijk en de supermarkt is bovendien vlakbij.
