Een uitgave van mats bv ©

KRIJGEN EN VERDIENEN

Jaargang X, 17

Het is niet helemaal duidelijk waarom onze kinderen zakgeld krijgen. Ze verdienen het niet en ze geven het niet uit. En de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ze het vaak ook niet krijgen, omdat we het gewoon vergeten; waaruit wij dan maar weer gemakshalve concluderen dat ze het ook niet echt nodig hebben.

Dat ze het maar moeilijk uitgeven, valt in principe te prijzen. Spaarzin moet gestimuleerd worden, zeker in barre economische tijden. Mijn vrouw en ik zeggen het vaak tegen elkaar. Bovendien is het altijd handig om contant geld in huis te hebben, voor Gijs, de kaasboer die ’s avonds aan de deur komt, voor een onverwachte collecte of bijvoorbeeld voor de oppas. Die worden allemaal graag contant betaald en wie heeft en nou tegenwoordig nog cash op zak. Onze kinderen dus.

Spaarzaamheid is dus goed, maar gierigheid ligt op de loer. Alleen bij hoge uitzondering wordt iets voor eigen gebruik aangeschaft, en dan echt alleen als wij pertinent weigeren de portemonnee te trekken, maar bijvoorbeeld een cadeautje kopen voor een verjaardag, is er nog steeds niet bij. Wel tellen ze graag en regelmatig hun geld, waarbij ze dan vaak ontdekken dat wij weer wat geleend hebben. Het zal er vast nog een keer van komen dat de rollen worden omgedraaid en dat zij ons zakgeld gaan betalen. Wat wij dan natuurlijk wel moeten verdienen.

Dat verdienen is een heikel punt. De enige huishoudelijke taak die ze hebben is het tafeldekken en afruimen, tot en met alles terugzetten in de koelkast en het inruimen van de vaatwasser. Dat is alles en dat geeft al heibel genoeg. Als we zelf een handje toesteken omdat het anders allemaal wat te lang duurt, moeten we meteen beloven dat we de ander morgen precies even veel helpen. Voor het gazon hebben we een grasmaairobot en de elektrische heggenschaar hanteer ik begrijpelijkerwijs nog even liever zelf. Als ik al eens een klusje verzin in de tuin omdat het zo´n mooi lenteweer is, bijvoorbeeld het gras tussen de tegels en het grind uithalen, kiezelsteentjes uit de borders en dennenappels van de oprit oprapen en in de vuurkorf gooien, moet ik extra dokken en bovendien opletten dat ze allebei evenveel dennenappels mogen oprapen, want dat is natuurlijk leuker dan onkruid wieden.

Voor het voeren van de kat en de kippen en het rapen van eieren hebben we geen schema, want dat zijn leuke klusjes en die gaan dus min of meer vanzelf.

En daar zit hem de kneep, dat begrijpen we zelf ook wel zonder de vaklitteratuur te hoeven bestuderen. Zaterdag komt de zoon me spontaan helpen met het opruimen van de garage. We zijn alleen thuis, en dan is het al vanzelf een beetje jongens onder elkaar en als hij de kranten in de papierbak doet, weet hij dat hij er halverwege wordt ingetild om het lekker aan te stampen. Daarna hebben we nog plantjes verpot en de Edelweiss gezaaid, die we van wintersport hadden meegenomen. Eigenlijk gewoon klusjes, maar leuk omdat het niet zo heet. En vanavond kwam de dochter helpen met koken. Ze mocht gehaktballen maken. Voor één keer gaf het niet dat het een beetje langzaam gaat; we hebben de aardappelen die te snel klaar waren gewoon tot puree verwerkt.

Het geheim zit hem in de presentatie. Een klus is pas een klus als er klus op staat.

‘Vandaag mag jij de tafel afruimen.’

Op vriendelijke toon.

‘En vlug een beetje!’