Een uitgave van mats bv ©

LAMLENDIG

Jaargang XII, 6

Mijn vader kon zich vroeger mateloos ergeren aan wat hij noemde mijn lamlendigheid. Met name toen dat in de puberteit nog erger bleek te worden dan hij altijd al had zien aankomen en waarvoor hij me dus tevergeefs naar een internaat had gestuurd. Tijdens mijn lange middelbare schoolvakanties moest mijn moeder me altijd voor 12 uur wekken, want dan kwam mijn vader tussen de middag thuis eten en het idee dat zijn zoon nog in zijn nest lag, kon hij blijkbaar niet verwerken. Dat ik tot diep in de nacht, terwijl iedereen in huis allang sliep, nog hard inspiratie zat op te doen op de bank, deed niet ter zake.

Echte jongens waren vroeg uit de veren, vond mijn vader, en gingen dan op het pleintje voetballen, trokken de bossen in of gingen een heel end fietsen. Dat echte jongens ook wel eens vuurtje gingen stoken, anderszins kattenkwaad uithaalden en later achter de meiden aangingen, wist mijn vader natuurlijk ook wel, maar dat kwam niet in zijn opvoedkundige kraam te pas. En zelfs als ik me om 5 voor twaalf flink met koud water had gewassen om niet al te slaperig over te komen, moest ik nog een activiteit ontplooien die zijn goedkeuring kon dragen. Klus doen, bromfiets sleutelen of als het heel erg slecht weer was een boek lezen.

‘Heb jij nou helemaal geen hobby’s,’ vroeg hij zich een keer hardop af toen hij mij dromerig achter een vel papier aantrof, pen in de hand.

‘Jawel,’ zei ik ad rem, ‘ik schrijf gedichten.’ Ik had ontdekt dat dat bij sommige meisjes flink indruk maakte en bovendien dat je een gedicht wel een paar keer kon gebruiken als je er niet te kwistig mee rondstrooide. En ik kon nu eenmaal niet met sportprestaties imponeren. Bovendien hadden begenadigde voetballers ook wel eens een gedicht nodig en dat kon ik dan op bestelling leveren, als ze tenminste niet achter dezelfde meisjes aanzaten als ik. Ik schreef toen al geruime tijd alle opstellen voor mijn jongste zus. Ja, ja, het broodschrijven heeft er bij mij altijd al ingezeten.

Ik zal de gekwelde blik van mijn vader niet snel vergeten. Zijn zoon schreef gedichten! Veel mieteriger kon hij het zich niet voorstellen. Hoe moest ik in vredesnaam later de kost verdienen, want op school ontplooide ik dezelfde ijver als bij sporten en alle andere echte jongensdingen.

Met mij is het grotendeels goed gekomen. Ik heb heel wat scholen uiteindelijk afgemaakt en zelfs diploma’s gehaald, ik mis geen voetbalwedstrijd op tv en het broodschrijven en alles wat daarbij hoort levert een heel aardige boterham op. Mijn echtgenote viel gewoon voor mijn uiterlijk en mijn prettige karakter en niet zozeer voor mijn gedichten; dat hield na de puberteit toch wel een beetje op.

Vroeger was alles anders. Dankzij de moderne vakliteratuur weten wij moderne vaders dat we onze kinderen de lamlendigheid uit moeten stimuleren. Ik prijs mijn zoon regelmatig voor zijn sportiviteit. Hij zit dan weliswaar op hockey, maar dat wordt door sommigen als een echte sport gezien. En hij staat toch maar mooi in de spits, ook al ligt de nadruk misschien iets te veel op staan. En als hij geen ruzie heeft met de tennisjuf en dus geschorst is, gaat hij wekelijks naar tennis. We hebben sinds kort de afspraak dat hij tenminste één boek in de week leest, een boek met letters en niet alleen met plaatjes. Dat hoeft hij dan niet zelf in de bibliotheek te gaan halen, maar mag hij laten meenemen door zijn zus, die toch elke week gaat. Wij geloven ook dat de vele uren achter de spelcomputer goed zijn voor zijn oog-hand-coördinatie en dat je van internet een heleboel kunt opsteken.

Ik vind het prima dat hij later acteur wil worden en heb hem daarom voorgesteld om maar weer op pianoles te gaan, om zijn basis wat te verbreden.

En toen we laatst een nieuwe fiets voor hem gingen kopen, koos hij zelf spontaan voor een heel sportieve hybride mountainbike met 21 versnellingen.

Dat was drie weken geleden; een dezer dagen gaan we daar ook een stukje op fietsen.