Een uitgave van mats bv ©

LANGE DAGEN

Jaargang XI, 28

Moeizaam slepen we ons door de laatste lange zomerdagen voor de vakantie. Vorige jaar had onze regio vroege schoolvakantie, dit jaar hebben we late; dat betekent dus een extra lang schooljaar. Iedereen loopt op zijn laatste sloffen. Dat blijkt uit kleine dingetjes.

Zo schijnt de sportmeester drie hele lelijke woorden te hebben gebruikt voor het weer. Wat wij ons wel kunnen voorstellen als je avonden lang schema’s voor wedstrijden in elkaar hebt zitten sleutelen en dan begint het op de dag zelf eerst zachtjes te regenen en dan te hozen en je weet nu al dat het morgen waarschijnlijk weer prachtig weer zal zijn, net als gisteren. Wat een mooie sportieve afsluiting had moeten worden van een heel jaar met onder andere onze zoon in de klas, valt helemaal in het water.

De rapporten moeten nog komen, maar we hebben al de uitslag van de Cito entree toets. Dat is volgens mij een soort generale repetitie voor wat wij vroeger het toelatingsexamen voor middelbare school noemden. Misschien is het ook wel iets heel anders, maar het is in elk geval hartstikke belangrijk en wij hechten er veel waarde aan. Over de uitslag van de toets mag ik van mijn vrouw helaas niets zeggen. Maar het feit dat ik er graag iets van zou zeggen, moet genoeg zeggen.

Gelukkig hebben wij nog voldoende werk te verzetten op andere terreinen van de opvoeding.

Op de tennisclub speelt zich het open clubkampioenschap af. Open is leuk en niet leuk. Leuk is dat vriendjes en vriendinnetjes van andere clubs nu gewoon bij ons kunnen spelen. Niet leuk is dat die blijkbaar een betere leraar hebben dan die van ons. De wedstrijden verschillen van karakter. Enkelspel kansloos, dubbelspel, door juiste partnerkeuze, toch nog spannend. Geeft ons mooi de gelegenheid om de kapsones in lijn te brengen met de prestaties, anders gezegd, een lesje in bescheidenheid.

Met een verrassend effect.

‘Zullen wij bij de gesloten clubkampioenschappen samen mixed-dubbel doen?’ Zus tegen broer.

‘Ja, lijkt me leuk.’ Voor een buitenstaander wellicht een heel terloopse conversatie, voor ons, in gezinsharmonieus opzicht een heuse mijlpaal.

In de logeerkamer zien we de vakantie steeds dichterbij komen. Mijn vrouw heeft zo haar eigen ritueel. Langzaam groeit de stapel boeken en onderbroeken, gidsen en zonnebrandcrèmes. ‘We gaan dit jaar weer niet zoveel meeslepen,’ zegt ze, maar ik moet maar zien hoe ik straks de koffers dicht krijg. Midden in de kamer de paspoorten en vliegtuigtickets. Drie keer gecheckt.

In de veeteelt moeten voor de vakantie ook nog wat voorzieningen worden getroffen. De moederpoes moet nog gesteriliseerd en de kleine poesjes moeten nog vrijwel allemaal naar hun nieuwe tehuizen. Ze zijn er helemaal klaar voor, ze doen het al op de kattenbak en ze hebben de vitrage en het bankstel ontdekt. Het overgrote merendeel van hun opvoeding laten we lekker aan de nieuwe baasjes over, maar voorlopig hebben we ze vast een naam gegeven. De Filosoof en de Deftige gaan naar de juf van de zoon, Junior naar een vriendin van de dochter en de vierde heet Veto.