Een uitgave van mats bv ©

LELIJKERD

Jaargang VII, 22

Aan de lange lijst compromissen die wij ons huwelijk noemen, is er weer een toegevoegd. Er komt een nieuwe kat in ons huishouden. Trouwe lezeressen hadden niet anders verwacht. Niet dat het ertoe doet of dat iemand zich er iets van aantrekt, maar ik heb een uitgesproken mening over het fenomeen huiskat. Zolang het beest muizen vangt, vogels wegjaagt uit het stuk tuin dat wij met veel fantasie 'de boomgaard' noemen, mijn bank met rust laat, mij niet voor de voeten loopt en mij respecteert als hoofd van dit gezin en dus niet probeert op mijn schoot te kruipen, gedoog ik het. Maar omdat de krengen meestal juist wel voor je voeten lopen en met name als je met twee volle kopjes koffie de trap op sluipt om je huwelijk weer wat glans te geven en omdat wij juist ons huis van boven tot beneden voor veel geld en toch buitengewoon smaakvol hebben opgeknapt, ben ik van mening dat zo'n kat ook een beetje bij het interieur moet passen. Het oog wil ook wat. Zelf heb ik een zwak voor siamezen, mooie, eigenwijze krengen met een grote mond, qua karakter heel goed passend dus, die zich toevallig ook nogal vaak hechten aan de heer des huizes. Zo'n blauwe siamees zou het buitengewoon goed doen op onze donkerblauwe vloerbedekking; Jan des Bouvrie zou er ongezien voor tekenen.

Onbespreekbaar. Mijn vrouw heeft mij heel duidelijk gemaakt dat wij geen kat aanschaffen voor mijn snob-appeal, maar gewoon voor de gezelligheid en dat elke kat die wij tot nu toe gehad hebben in ons mooi opgeknapte huis, vroeg of laat de verkeersweg heeft ontdekt die een paar honderd meter van ons huis loopt. En dan is het plof, afgelopen en dierenambulance. En dat is voor een huis-tuin-en-keuken-kat even zielig als voor een siamees, maar wel een stuk voordeliger.

Geen speld tussen te krijgen.

Onder deze discussie bleek er dus al lang ergens bij ons in de buurt een nestje te zijn geboren, waaruit onze kinderen een keus gemaakt hadden.

Het enige dat ik eruit heb gesleept, is dat ik dit keer de naam mag verzinnen. Ik zal er tenslotte regelmatig over moeten schrijven en als het beest weer zo'n tekenfilmnaam krijgt - denk aan wijlen onze Sylvester - , kom ik vroeg of laat toch in de copyright-problemen.

Zo'n klein katje wordt met acht weken het huis uitgezet en tot die tijd gaan wij regelmatig op kraamvisite. Gisteren ben ik mee geweest. En allemachtig, het is me niet meegevallen. Het is een lapjespoes, met een brede witte kop, nu al een beetje vieze ogen, een stompachtig staartje en uit een nest van vier duidelijk de sloomste van het stel. Haar pleegmoeder wist niet meer precies welke keuze onze kinderen hadden gemaakt en dat leek mij bij uitstek de gelegenheid om alsnog te switchen. Helaas, de lelijkerd had al drie harten gestolen.

Maar ik noem haar Assepoes.