Een uitgave van mats bv ©
LENTE
Jaargang XII, 9
Naarmate de kinderen richting de puberteit groeien en hopelijk er overheen en naarmate ze meer eigen mening ontwikkelen, meer dan nodig zelfs, wordt het er voor de chroniqueur niet makkelijker op. Over de verkeringen van mijn dochter, die nu toch echt op een steenworp afstand van de puberteit is, kunnen we het op deze plek eigenlijk niet meer hebben. Te privé. Bovendien valt er in haar speciale geval op dit terrein de laatste tijd zo weinig te vertellen dat we moeten concluderen dat a. mijn dochter dingen voor mij verzwijgt, of b. mijn dochter zal overschieten. Allebei is niet erg; wij voeden haar niet voor niets op tot zelfstandigheid.
Van het zoon-front ook verontrustend weinig nieuws. Hoewel steeds gezegd wordt – voornamelijk door vrouwen – dat jongens in dit soort dingen wat later zijn, maakte zich de laatste tijd een vage onrust van mij meester.
Ik vroeg er eens voorzichtig en discreet naar. Nee, niks.
‘Maar ik ben heus geen homo hoor papa.’ Alsof het mij iets zou uitmaken als ik ’s zondags het vlees zou moeten snijden voor twee leuke schoonzoons. Of, nog ruimdenkender, voor een schoonzoon en schoondochter, maar dan andersom.
Beter maar niks meer vragen, vond mijn echtgenote, die normaal gesproken toch minstens even nieuwsgierig is als ik.
Maar toen ik vorige week rond bedtijd in een vliegende sneeuwstorm thuiskwam, kwam hij op zijn pantoffels naar buiten terwijl ik mijn koffer nog stond uit te laden.
‘Papa, niets tegen mijn zus zeggen, maar ik heb verkering met L.*)’
Een goede keuze, ik kan het niet anders formuleren. Het desbetreffende dametje ziet er leuk uit en kan goed leren. Haar vader heeft een goed lopende eigen zaak en haar moeder mag gezien worden. Dat laatste is belangrijk omdat het een indicatie geeft van hoe mijn toekomstige schoondochter er toekomstig uit zal zien. Hoewel ik mijn zoon diep van binnen heel erg gun dat er nog veel meer potentiële schoondochters de revue zullen passeren. Ik heb zelf tenslotte ook lang moeten zoeken voor ik de ideale, zijn moeder, vond.
Dat ik niets tegen zijn zus mag zeggen, begrijp ik niet helemaal. Ik kon vroeger met mijn jongste zus juist heel goed over dit soort dingen praten. Wij hebben gedurende heel wat verkeringen flink steun aan elkaar gehad. Maar goed, van mij zal ze het niet horen.
’s Anderendaags wil ik het fijne horen; hoe het er zo van gekomen is. Niet dat het voor mij nog van belang is, maar toch interessant om te weten hoe de jeugd van vandaag zoiets nou aanpakt.
Gecompliceerd.
Eigenlijk was een vriend van hem verliefd op haar en daar wilde hij niet tussen komen. Maar toen hem duidelijk werd dat die verhouding kansloos was, zag hij zijn kans schoon. Aan een vriendje waarvan hij wist dat die toch niet zijn mond kon houden, liet hij toen weten verliefd te zijn. Na een paar dagen kwam het bericht dat zij er niet geheel onwelwillend tegenover stond. Toen heeft hij via een wederzijdse vriendin laten vragen of ze verkering wou. En ze wou! Helemaal goed, lekker omslachtig en mooi succesvol.
Ik klop mijn zoon, licht ontroerd, eens duchtig op de schouder.
‘Proficiat jongen. Goede keus, leuke meid.’
Als mijn vrouw en ik die avond onder het aardappelen schillen staan bij te praten, blijkt zij nog van niets te weten. Ze is blij voor hem en ze zal ook niets tegen zijn zus zeggen.
´Maar waarschuw je hem ook dat het zo weer afgelopen kan zijn?’
Het is duidelijk nog en beetje kwakkelen met de lente.
*) Volledige naam bij redactie bekend.
