Een uitgave van mats bv ©

LEREN JASJE

Jaargang VIII, 8

Zo lief als mijn dierbare echtgenote normaal gesproken is, zo onbehouwen kan ze af en toe ook uit de hoek komen. 'Dat leren jasje kan echt niet meer, daar maak je je op jouw leeftijd belachelijk mee.'

Zoiets zeg je toch niet tegen een man! Zoals elke echte man heb ik een leren jasje. Nota bene samen met haar gekocht, jaren geleden, in onze verkeringstijd. Dat was de tijd dat ik alles kon dragen en me nergens belachelijk mee maakte; ik heb toen zelfs een vuurrood zijden colbertje gekocht dat me inderdaad geweldig stond, zeker in haar hevig verliefde ogen. Ook van dat jasje heb ik nooit afscheid kunnen nemen, ik begrijp dat ik er niet meer mee over straat kan, maar het hangt nog steeds diep achter in mijn kast. Daar waar tot voor kort ook al mijn oude spijkerbroeken lagen, die ik om heel andere reden niet meer aan kon, namelijk vanwege mijn met de jaren wat veranderende taille. Die spijkerbroeken zijn op een gegeven moment in één machtige beweging opgeruimd. Ik herinner me dat moment als de dag van gisteren en als het definitieve afscheid van mijn rebelse jeugd. Momenteel héb ik niet eens een spijkerbroek, terwijl ik jarenlang nooit iets anders droeg.

En nu is plotseling dat leren jasje aan de beurt. Ik herinner me nog zo goed hoe we het samen kochten. Zeker een uur hebben we staan dubben in die winkel, want het was eigenlijk veel te duur voor ons toenmalige budget. Ik herinner me dat de verkoper zelfs even apart ging staan om ons onderling te laten overleggen.

'Kóóp het toch,' zei ze tegen me, 'zo vaak koop je niets voor je zelf.'

Lief hè? En uiteindelijk hebben we het dus gekocht.

Zoals elke echte man weet, wordt een leren jasje alleen maar mooier naarmate het ouder wordt. Er kwamen olievlekken op van oude auto's die ik onderweg moest repareren. Grasvlekken als ik het voor haar neerlegde zodat ze droog kon zitten in het natte gras. Het ruikt naar een combinatie van alle deodorants en aftershaves die ik in de loop der jaren heb opgesmeerd. Op den duur kon ik het jasje rechtop naast mijn stoel zetten als ik het had uitgetrokken.

En nu zou ik me er opeens belachelijk mee maken? En wat dan nog? Elke echte man maakt zich van tijd tot tijd belachelijk, daar is toch niets mis mee?

Op zoek naar begrip, trof ik op de zaak alleen maar leedvermaak bij mannelijke collega's. Of ze hebben zelf geen leren jas - dat tref je nog vaak in mijn beroepsgroep - of ze zijn een stuk jonger en hebben pas kort verkering.

'Maar als je met de jongens en je oude auto gaat spelen, mag je hem van mij nog wel aandoen hoor,' probeert mijn vrouw de schade nog wat te beperken.

Te laat, ik denk dat ik een Harley Davidson ga aanschaffen.