Een uitgave van mats bv ©

LOSLATEN

Jaargang X, 5

Eens zul je ze toch moeten laten gaan,’ meent mijn vrouw. En dat is natuurlijk een open deur van jewelste. Dat weet ik ook wel. Ooit zal ik de bestelbus van het autoverhuurbedrijf onze straat uitzwaaien, waarin ze zojuist hun hebben en houwen hebben gepropt om te verhuizen naar de studentenkamer in de grote stad. Dan laat ik ze gaan, niet met een gerust hart en zeker met een bezwaard gemoed, maar dan laat ik ze gaan.

Zo ver is het nog lang niet.

‘Over twee jaar gaat je dochter naar middelbare school en dan gaat ze echt alleen.’

‘Dan ziet we dan wel over twee jaar,’ zeg ik, dwarser dan ik eigenlijk bedoel.

Het onderwerp bevalt me niet. Of het niet tijd wordt om de kinderen zo langzaamaan zelf naar school te laten lopen en terug. Ik wil dat in mijn eigen tempo doen en ik vind dat beide partijen er aan toe moeten zijn. In de lagere groepen was het makkelijk. Op een gegeven moment mocht je de kinderen van de schoolleiding niet meer de klas in brengen, maar moest je ze bij de voordeur wegzoenen. Mooi duidelijk. In deze fase zie je verschillende collega-ouders in verschillende stadia van ontwikkeling. Vaak heeft het er ook mee te maken dat ze al een ouder kind met een verkeersdiploma hebben. Sommige kinderen mogen allang alleen, sommige kinderen worden nog op de fiets achtervolgd door hun ouders en een enkel kind zit zelfs nog bij zijn ouders achterop. Wij hebben een tussenweg gevonden. Ik loop mee tot waar ze een best wel drukke weg moeten oversteken en daar blijf ik staan. Ze moeten dan zelf uitkijken en het moment van oversteken kiezen. Ik denk dan dat ik ze nog voor de bumper van een aanstormende auto zou kunnen wegsleuren als dat nodig mocht zijn. Ik wil dit zo zeker nog tot de krokusvakantie volhouden en waarschijnlijk zelfs dit hele schooljaar.

Andere ouders denken daar anders over.

‘Wij zijn helemaal alleen naar de Gamma gelopen om knutsellijm te kopen,’ vertelt mijn dochter trots als ik haar ophaal van spelen bij een vriendin.

Uiterlijk blijf ik kalm.

‘Zo, zo. Dat is zeker drie keer oversteken. Heb je wel goed uitgekeken?’

‘Natuurlijk, maar iedereen was ook heel aardig hoor. De auto’s stoppen gewoon voor je als je wil oversteken.’

Ja, dat is me bij school ook al eens opgevallen. Van die automobilisten die vriendelijk bedoeld stoppen om de kinderen te laten oversteken. Helemaal fout. Zo gaan de kinderen denken dat alle automobilisten welopgevoede weggebruikers zijn. Dat is natuurlijk niet zo. De meeste wel, maar er blijven altijd maniakken. En daar moeten ze nou juist alert op zijn.

‘En natuurlijk nooit met vreemde mensen meegaan,’ voedt mijn vrouw nog maar een beetje op nu we toch bezig zijn, ‘ook niet als ze heel vriendelijke zijn.’

O ja, ik zou het bijna vergeten met al dat verkeer en die sluiproutes door onze wijk. Enge mannen en kidnappers! Die zijn er natuurlijk ook nog.

Er zijn vast nog wel meer middelbare scholieren die nog worden gebracht door hun vader.