Een uitgave van mats bv ©
MARATHON
Jaargang XIII, 20
Mijn vrouw heeft een nieuwe hobby: hardlopen. En zoals alles bij mijn vrouw is dat niet zomaar een hobby, maar een hobby met een doel: de marathon van New York. Voor de gemiddelde recreatieloper die op ietwat latere leeftijd start, mag dat wellicht een iets te ambitieus doel zijn, maar wie mijn vrouw kent, weet dat wij uiterlijk over twee jaar weer naar New York gaan.
Ze heeft zich meteen aangesloten bij de plaatselijke atletiekclub waar ze is ingedeeld bij de AB groep. Even uitleggen: A is beginners, B meer gevorderden en AB dus iets daartussenin. Hoewel ze mijn vrouw daar dus tot voor kort niet kenden moet iemand onmiddellijk de potentie en de ambitie van deze nieuwkomer hebben ingeschat. Ze houden nu, nu ze haar wel kennen, al een plaatsje in de E-groep voor haar vrij. Ze gaat inmiddels twee keer in de week officieel trainen en vaak nog een keer extra met een nieuwe vriendin. Ze heeft dus uiteraard minstens drie uiterst kekke loopoutfits in de kast hangen. Aan materiaal ontbreekt het bij ons nooit. Je staat ervan te kijken wat de loopindustrie nog aan accessoires heeft kunnen verzinnen voor deze in wezen toch vrij simpele tak van sport.
Voor de thuisblijver en neutrale toeschouwer heeft de loopsport ook zo z’n voordelen. Het geeft een strak en afgetraind lijf. Wel even oppassen dat de contrasten binnen het gezin niet te groot worden omdat vanwege de drukte de sportclub er de laatste tijd regelmatig bij inschiet.
Ik heb begrepen dat er tijdens de trainingen nog regelmatig gestopt wordt. Om uit te puffen, om op Bevrijdingsdag even stil te staan bij een monument op de hei, om achterblijvers bij te laten komen en, omdat het gezelschap voor een groot deel uit vrouwen bestaat, omdat er af en toe iemand de bosjes in moet. Vandaar dat het belangrijk is dat ze af en toe aan wedstrijden deelneemt. Dat ze weet waar ze staat. Qua lopen.
De eerste wedstrijd was hier in de stad. De Nike City Run. Vijf kilometer. Te weinig. Ik zag het aan haar hoofd toen ze over de finish kwam. Niet half zo rood als wanneer ze thuiskomt van een fikse training. Een dag later schreef ze zich in voor de Dam-tot-Dam-loop die over tien mijl gaat, zestien kilometer dus. En dit weekend was de Marikenloop in Nijmegen, over een afstand daartussenin, tien kilometer. Zoals mijn compagnon het uitdrukte, een afstand waarvoor wij normaal gesproken een taxi nemen. Uiteraard gingen we weer met z’n allen mee om te juichen en haar binnen te halen. Met de nieuwe auto, zodat het voor iedereen een beetje leuk was. Ons bleek dat in Nijmegen zo’n tienduizend vrouwen tegen zichzelf, de klok en voor een goed doel lopen. We keken onze ogen uit en het uurtje op de eretribune vlak bij de finish vloog voorbij. Hoewel ze haar tijd weer sterk verbeterde en ruim onder het uur finishte, was haar hoofd weer niet rood genoeg. Ze had nog over, heet dat in sporttermen. ’s Avonds nog gewoon gezellig gedaan, de volgende dag weer werken en geen centje spierpijn. De Dam-tot-Dam-loop is nu al gedegradeerd van uitdaging tot tussenstation. Al verheugen wij bewonderaars en supporters ons erg op de aankomst in het Olympisch Stadion van Amsterdam. Wij zullen luidkeels op de hoofdtribune zitten.
We zijn nu nog op zoek naar een leuke halve marathon in een inspirerende stad, misschien ook nog naar een Keniaans trainingsmaatje en dan wordt het zo langzamerhand tijd om een hotelletje te gaan reserveren in the Big Apple.
