Een uitgave van mats bv ©

MAROKKO

Jaargang XI, 31

Wij zijn naar Marokko geweest op vakantie. Ik zou graag beweren dat we om politiek correcte redenen zijn gegaan, om alle negatieve berichten over die kant van de wereld nou eens met eigen ogen tegen te spreken, maar de werkelijkheid ligt nét even anders.

Het begon met een tentoonstelling over het land in de Nieuwe Kerk in Amsterdam. Daar had de dochter over gelezen in een meidenblad en dat wilde ze wel eens zien. Mijn vrouw wilde best mee en mijn zoon en ik konden ons ondertussen wel zelf vermaken in de grote stad.

Het ging onze dochter ook niet direct om de cultuur en de geschiedenis van het land, maar meer omdat ze ideeën had over de inrichting van haar kamertje met de ambachtelijke kunst en het felgekleurde textiel uit het land. Overigens denken wij dat dat een heel mooi begin kan zijn van een politieke meningsvorming.

Bij de deur van de Nieuwe Kerk, die trouwens stokoud is, werd ons een pamflet uitgereikt door sympathisanten van Polisario, de bevrijdingsbeweging van West Sahara. Daar hebben we natuurlijk over gesproken. En toen de reisgidsen op tafel kwamen, waren we het eigenlijk verrassend snel eens: Marokko zou het worden dit jaar en dan ook nog Marrakech, de stad die papa nog ergens in zijn oude hippie-achterhoofd had hangen.

Het leek de mevrouw van het reisbureau niet zo’n goed idee om twee weken naar het bloedhete binnenland te gaan en zij adviseerde dan ook een weekje kust. Dat hebben we niet gedaan, want wij hebben het op vakantie graag zo heet dat we het aantal uitstapjes tot een minimum kunnen beperken. Over politiek correct gesproken!

Behalve buitengewoon hippe zwemkleding, een grote stapel puzzel- en vakantieboeken, pen en papier, gameboys en enkele liters hoge factor zonnebrandcrème, hadden we maar een paar kleine cultuurplannetjes.

Marokko heeft ons geenszins teleurgesteld: zo ontzettend heet dat elk ochtenduitstapje moest worden gecompenseerd door anderhalve dag uitpuffen aan de rand van het riante hotelzwembad. Waar we het dan heel schijnheilig konden hebben over de grote verschillen tussen arm en rijk, die je nog aantreft in het land. Dat politiek correcte is ons wel de hele vakantie dwars blijven zitten.

Toch hebben we al onze doelstellingen kunnen verwezenlijken.

De zoon en ik hebben een rit gemaakt op een kameel. Of preciezer: op twee dromedarissen.

Sinds jaar en dag is hij namelijk gebiologeerd door een kiekje van mij op een kameel voor de piramide van Gizeh, op de kop af dertig jaar geleden genomen. Moeilijk te omschrijven wat er door je heen gaat als je dertig jaar later weer op zo’n beest stapt, maar dan met je zoon.

‘Met twee handen vasthouden, jongen.’

Verder hebben we een foto van hem op het grote marktplein van Marrakech met een levensgevaarlijke gifslang om zijn nek. De foto is door mij van respectabele afstand genomen met een zoomlens, maar mijn vrouw en dochter staan er niet op omdat die elk naar een andere hoek van het plein waren gevlucht.

Omdat ze overal zulke lekkere thee schenken, Marokkaanse whisky noemen ze dat, hebben we een theepot aangeschaft van bijna echt zilver omdat je anders thuis toch nooit helemaal dezelfde smaak bereikt.

Mijn dochter heeft een pracht van een hennatatoeage op haar hand laten zetten waarvan we hopen dat hij lang genoeg blijft zitten om hem de eerste schooldag aan haar vriendinnen te laten zien.

Verder herinneren we ons de oude man die van zijn fiets stapte om ons zomaar een hartelijke prettige vakantie te wensen en daarna weer doorreed. De ober die vond dat we ons niet druk moesten maken over de menukaart, maar gewoon moesten bestellen wat we wilden eten. De chauffeur van een ezelwagen vol meloenen waar we een onverstaanbaar en onbegrijpelijk geintje mee maakten.

En natuurlijk zijn we prachtig incorrect bruin geworden.