Een uitgave van mats bv ©

MÁXIMA

Jaargang VII, 43

Tot nu toe heb ik mij niet uitgesproken over Máxima. Enerzijds omdat ik niet speciaal het idee had dat iemand op mijn mening zat te wachten, omdat me gewoon niks gevraagd werd, anderzijds omdat de kwestie nogal gevoelig ligt. En dan bedoel ik niet de politiek. Dat ligt voor mij duidelijk. Ik vind dat je politieke kwesties moet oppakken als ze aan de orde zijn. Aan het eind van de jaren zeventig liep mijn studententijd rustig aan op zijn eind en had ik alle tijd om van tijd tot tijd de barricaden te bestijgen. Dan deed ik dan ook met enige regelmaat en de Argentijnse kwestie is maar een van de vele die ik destijds mede heb helpen oplossen. Kernwapens het land uit is een andere, maar dat terzijde. Ik vind ook niet dat je dan jaren later alsnog tegen de dochter van een destijds duidelijk foute meneer moet gaan zeuren. Tenzij die dochter zelf nog wat foute ideetjes uit haar jeugd heeft overgehouden, maar dat weten we niet, want dat wordt haar vreemd genoeg nooit gevraagd.

Het probleem ligt bij mij thuis. Niet bij mij of mijn politieke verleden, want ik verwacht eerlijk gezegd niet dat er later kamervragen over mij gesteld zullen worden. Maar wel bij mijn dochter. Zoals iedereen weet, wil mijn dochter van jongs af aan koningin worden. Wij stimuleren dat niet, maar we ontmoedigen haar ook niet. Het enige dat we er af en toe aan doen is langs Paleis Soestdijk rijden, waar we in de buurt wonen, om te kijken hoe het er bij ligt; of de vlag uithangt. Het lijkt ons overigens een allergeschiktste residentie en vroeg of laat komt het toch vrij. We hadden al vooruit gefantaseerd dat Beatrix na haar pensioen dan gewoon op Noordeinde zou kunnen blijven wonen.

We horen mijn dochter de laatste tijd niet meer vaak over het koningschap, maar als ik haar ken en als ze maar een klein beetje van haar vaders vastberadenheid, of zo u wilt koppigheid heeft geërfd, heeft ze die ambitie nog niet verloren. Maar het wordt wel een beetje ingewikkeld op deze manier. Naar het zich laat aanzien gaat het aangekondigde huwelijk tussen de kroonprins en zijn prinses komend voorjaar gewoon door. Dat riekt wel naar heuse liefde en bovendien zijn ze allebei op een leeftijd dat ze toch genoeg om zich heen gekeken zullen hebben, zoals mijn moeder dat altijd netjes formuleerde.

En zelfs al zou hij zich hebben gespaard voor mijn dochter, dan was er toch wel een onoverkomelijk leeftijdsverschil geweest. We zullen ons er maar bij neerleggen, veel geluk voor het bruidspaar.

Maar wij staan straks niet met vlaggetjes te wapperen langs de route. Wij hebben voorlopig een probleem. Ik denk niet dat ikzelf en het kabinet onze toestemming kunnen geven aan de eerste de beste burgerjongen die zich aandient nu ze weer vrij is.