Een uitgave van mats bv ©
MEDIATRAINING
Jaargang XI, 38
‘Kijk, papa, ik sta weer in de krant,’ zegt mijn dochter en ze toont een krantenknipsel.
Dat is misschien wat breed geformuleerd, want ‘de krant’ is het huis-aan-huis-blad en ‘weer’ suggereert dat het elke week zo’n beetje raak is, terwijl de enige andere keer die wij ons kunnen herinneren, was toen ze voorleeskampioen van haar school werd. Nou is bescheidenheid een grote deugd, die het vooral in gezelschap goed doet, maar het helpt je niet echt vooruit in het leven, dus wij doen er thuis, als we onder elkaar zijn, niet al te veel aan. Wij hebben dan toch meer met een begrip als zelfvertrouwen, niet te verwarren met kapsones. En de appel hoeft niet al te ver van de boom te vallen.
‘Kijk, hier en hier.’ Ze wijst naar de foto bij het artikel waarop ze met een beetje goede wil te herkennen is in een stipje op de achtergrond en naar een citaat in de tekst dat de journalist uit haar mond heeft opgetekend. Wat haar betreft hoef ik het artikel verder niet helemaal door te lezen, maar ik ga er toch eens goed voor zitten.
Midden in ons dorp, zoals wij onze stad hardnekkig blijven noemen, blijkt een van de tachtig bodembeschermingsgebieden te liggen die onze dichtbevolkte provincie toch nog rijk is. Dankzij de inspanningen van een buurtvereniging wordt een dreigende bebouwing van het weitje al jaren tegen gehouden. Vooral tot grote vreugde van de honden uit de verre omgeving, dacht ik, maar uit het krantenartikel blijkt dat de natuur tussen de hondendrollen welig tiert. Wij lezen dat St. Janskruid wordt aangetroffen, waar je rustig van wordt weten wij uit de homeopathie, en boekweit, waar we verder niets van te weten komen. Gewone Reigersbek en Gewone Raket, die blijkbaar niet zo gewoon zijn, want anders hoefden ze niet genoemd te worden. Het Akker Vergeet-mij-nietje, Muizenoor en ‘ander spul met tot de verbeelding sprekende namen’, maakt de journalist zich er enigszins gemakzuchtig vanaf.
Om de natuur zo’n beetje in stand te houden wordt elk jaar een stuk van het weitje gehooid en een ander stuk met rust gelaten om bijvoorbeeld de vlinders te laten doen wat vlinders zoal doen. Dat hooien gebeurt door kinderen van groep acht, waaronder dus onze Elma, vertelt de voorzitter van de buurtvereniging. Ik proef dat hij zelf zo’n beetje de leiding heeft, maar de natuurbescherming hoeft het gelukkig niet alleen van kinderarbeid te hebben, want andere bewoners steken wel de handen uit de mouwen. Uiteindelijk belandt al dat hooi in de naastgelegen kinderboerderij, wat verklaart waarom de dieren daar altijd zo sloom zijn; inderdaad: van het St.Janskruid natuurlijk.
Al met al een prachtig natuuropvoedkundig project en de ijverige journalist zou dan ook graag uit de mond van de kinderen optekenen dat ze er wat van opsteken. In de pauze met chips en ijsjes mengt ze zich met haar blocnote tussen de hooiers. Volgens de dochter geeft een vriendinnetje inderdaad een paar natuurbeschermingstechnisch verantwoorde teksten ten beste en zelf maakt ze ook enkele ecologisch correcte opmerkingen.
Toch krijgt mijn dochter onbedoeld en ongevraagd een stukje mediatraining. Je komt zelden in de krant zoals je het zelf bedoeld had. Het artikel besluit met het eerdergenoemde citaat van mijn dochter.
‘Gezellig’, had ze het gevonden.
