Een uitgave van mats bv ©

MOETEN

Jaargang VIII, 15

'Waar gaan we eigenlijk naar toe?' vraagt onze zoon zich ineens af. Hij heeft net drie kwartier bij zijn moeder achter in de auto gezeten maar toen was hij blijkbaar diep in gedachten verzonken.

Nu wordt hij overgeladen in de auto van zijn vader voor het laatste stukje, dan kan mama vast boodschappen gaan doen, en nou wil hij wel eens precies weten wat er verder nog allemaal gaat gebeuren vanmiddag. Niet dat het wat uitmaakt, maar hij wil het gewoon graag weten. Hij wil bijvoorbeeld ook graag weten naar hoeveel winkels ze nu nog moeten als hij aan het winkelen is met mama. Alleen heeft mama niet altijd zin om in elke winkel te moeten zeggen hoeveel winkels hierna nog. Maar hij mag het toch zeker wel vragen?

'We gaan naar de fotograaf, dombo,' voegt zijn lieftallige zusje hem toe. 'Maar waarom gaan we eigenlijk ook alweer naar de fotograaf, papa?'

'Voor de Margriet,' zeg ik.

'Waarom eigenlijk?' vragen ze zich af.

'Dáárom,' zeg ik lekker democratisch, 'dat moet gewoon.'

'O,' zeggen ze, want wat maakt het eigenlijk uit. Ze kunnen zeggen wat ze willen, maar er kan er toch maar een de baas zijn. En zo erg is het nou ook weer niet, een stukje achter in de auto. Lekker kletsen over wat je ziet en wat je denkt en meebrullen met de cd's van Marco Borsato. Straks bij de fotograaf is er vast wel limonade en koekjes en als het heel lang gaat duren zit er een puzzelboek en een computerspelletje in de rugtassen.

Bij de fotograaf zijn we snel klaar en voordat we het weten staan we midden in een enorme weekend-file.

Dat is natuurlijk enorm vervelend, maar er is eigenlijk ook niets aan te doen.

'Ik verveel me te pletter,' zegt de dochter ergens halverwege.

'Ik baal als een stekker,' voegt de zoon daar een paar kilometer verder aan toe.

'Ik kan geen stoplicht meer zien.' Hoewel we midden op de snelweg in de file staan.

En verder eigenlijk niets; verder blijven we maar gedwee in de rij staan.

Dan zijn we zo laat thuis dat we maar heel even televisie mogen kijken en dan al eten.

Wat eten we. Dat lust ik niet. Maar je moet het toch opeten want het is heel gezond.

Als de bordjes eindelijk leeg zijn, kunnen we meteen naar boven.

Nu al? Ja, want het is al laat. Hoe laat dan? Héél laat.

'Pyjama aan en tandenpoetsen en dan mogen jullie nog even opblijven.'

'Mogen we nog even opblijven? O nee, dat mogen we al. Mogen we straks nog even lezen in bed?'

Dat mag óók, want het is beter dat je zo'n dag waarop van alles móet, eindigt met iets dat mág.

Het was vandaag niet zo'n dag van naar elkaar luisteren, samen leuke dingen doen, of iedereen doet waar hij zelf zin in heeft. Zo'n dag was het niet.

Morgen is er weer een dag.