Een uitgave van mats bv ©

NAAR AMERIKA EN TERUG

Jaargang VIII, 52

Wij zijn naar Amerika geweest! Met z'n allen, alsof het niets is. De vrienden die nooit hadden mogen vertrekken, waren vanuit Australië, waar ze eerst heen geëmigreerd waren, verhuisd naar de Oostkust van de Verenigde Staten en daarna naar de Westkust. Dichterbij zullen ze voorlopig wel niet komen, dus vond mijn vrouw dat we maar eens op visite moesten. Sinds zij alleen naar Australië is geweest en ons heel erg gemist heeft, gaan wij alleen nog maar samen op vakantie. Als ons dan iets overkomt, overkomt het ons tenminste allemaal samen. Terwijl wij ons op Schiphol een houding proberen te geven van echte wereldreizigers en niet al te zenuwachtig willen overkomen voor de kinderen, stappen die in het vliegtuig alsof ze in de bus stappen. En als we onze zoon na tien minuten uitleggen dat we er nog lang niet zijn, proberen we het ons in de veel te krappe stoelen zo comfortabel mogelijk te maken.

Als we aankomen krijgen we een warm bad van hartelijkheid en welkom. Zij hebben een meisje en een jongen die ongeveer van dezelfde leeftijd zijn als die van ons en die vier hebben twee minuten nodig om weer eens goed aan elkaar te ruiken, cadeautjes uit te wisselen en dan verdwijnen ze naar hun kamers om te spelen. Tien minuten later is het al weer alsof we gewoon de straat zijn overgestoken voor een buren-visite. Het wordt een heerlijke vakantie omdat we schandalig verwend worden, omdat het daar nog prachtig weer is en omdat ze ons opnemen in hun alledaagse Amerikaanse leven. De kinderen mogen met veel huiswerk een paar dagen vrij nemen van school, hij neemt speciaal voor ons kostbare snipperdagen op en zij doet alsof haar huishouden niet ineens verdubbeld is.

Geen wonder dat we moeite hebben bij het afscheid, maar het is ook mooi geweest. De poes Blanco is ook maar alleen thuis en zij zullen vast hun huis en hun privacy weer terug willen.

Terwijl wij volwassenen ons best doen om het afscheid niet te sentimentelig te laten worden, 'want we zien elkaar volgend jaar gewoon weer', laten de kinderen tot onze verbazing hun emoties de vrije loop. Tranen met tuiten, onscheidbare omhelzingen. Een week hartsgeheimen uitwisselen en samen kattenkwaad uithalen, opeens is het over, dat moeten ze even verwerken. Op het vliegveld kan mijn zoon het nauwelijks opbrengen om de vader van zijn Amerikaanse vriend beleefd een handje te geven. Tranen biggelen over zijn wangen. 'Ik vind het zo erg om weg te gaan pappa.'

Een voorspoedige, maar lange vlucht naar huis verzet de zinnen weer een beetje. Na de eerste nachtrust in ons eigen bed, mailen we naar Amerika dat we goed zijn aangekomen en we sturen een paar prachtige tekeningen met herinneringen met de ouderwetse post. Een week lang loopt mijn zoon tevergeefs naar de brievenbus, maar dan komen een paar net zo prachtige tekeningen terug.

Zij missen ons ook heel erg.