Een uitgave van mats bv ©

NATHALIE

Jaargang XI, 25

Vanmiddag openbare balletles. Dat fenomeen is blijkbaar weer in ere hersteld, want vorig jaar was het niet. Toen heb ik daar ook een opmerking over gemaakt, maar het lijkt me niet dat balletjuf die opmerking heeft gelezen; dat zal ik zo meteen uitleggen.

Openbare les is een goed middel om de ouders bij het ballet-gebeuren te betrekken. Een belangrijk verschil met de jaarlijkse uitvoering in de schouwburg, waar we ook de vorderingen kunnen bewonderen, is dat de openbare les een stuk korter duurt. Op een normale lesdag wurm je je door het spitsverkeer waarna je tussen allemaal kwekkende moeders moet gaan zitten wachten totdat de meiden in de kleedkamer eindelijk uitgekwekt zijn. Nu staan de stoeltjes in de repetitieruimte klaar en na afloop is er jus d’orange, een koekje en voor de liefhebbers zelfs een glaasje witte wijn.

Om een of andere reden hebben de kinderen vlak vóór de grote vakantie nog even een korte vakantie, zeker om er vast in te komen en mijn dochter is met vriendinnen naar het strand geweest. Op het nippertje meldt ze zich, maar ik krijg natuurlijk toch de schuld dat we te laat dreigen te komen.

‘Papa, we komen dus te laat!’

‘Schat, het kan gewoon niet beginnen zonder ons, geen paniek.’ Kalm onder alle omstandigheden, dat ben ik.

Ondertussen vraag ik me af hoe het toch weer zo gekomen is dat ik deze openbare les bijwoon en mijn vrouw thuis ‘even lekker met alles kan opschieten’. Het is niet vanzelfsprekend. Niet dat ik iets tegen ballet zou hebben, hoewel ik misschien nét iets meer met voetballen heb. En ik zie heus wel dat mijn dochter er een paar prachtige benen aan overhoudt, hoewel dat ook grotendeels erfelijk bepaald is door haar moeder. Het probleem is vaak dat ik van al die lieflijkheid en fijne muziekjes de neiging krijg om een tikje weg te sukkelen, zeker als de stoeltjes voor het publiek in een vriendelijk zonnetje staan opgesteld dat onbarmhartig door de ramen van de oefenruimte schijnt. En zelfs dat wegsukkelen is niet zo’n probleem, ware het niet dat ik het dan meestal meteen op een snurken zet, wat natuurlijk wel een tikje genant is.

Met gierende banden stop ik op de stoep van de balletschool en mijn dochter en haar vriendin springen vast uit de auto. Ik parkeer en kom er achteraan.

Alle ouders zitten al, alleen op de achterste rij is nog een plaatsje vrij.

Jammer, zal spoedig blijken.

We zijn op het nippertje op tijd, want ik zit nog niet of de les kan beginnen, juf komt binnen.

Potverdikkie zeg!

Ze zal een jaar of drie geleden uit Rusland zijn uitgeweken. Vast in het Bolstoi-ensemble opgetreden. Van China tot Amerika. Toen verliefd geworden op een Nederlander, neergestreken bij het Nationaal Ballet misschien. Of een carrière-brekende blessure gekregen, want ik zie dat ze haar knie getaped heeft.

Ik fantaseer maar wat.

Met een oogverblindend schattig Russisch accent geeft ze de kinderen aanwijzingen, met haar door de training strak gebeeldhouwde lijf doet ze de pasjes adembenemend voor.

Onwillekeurig houd ik buikje en zwembandjes in.

Nathalie heet ze en ze zet een straf tempo in. Er wordt flink doorgeoefend, maar ik zie aan de meiden dat het toch gezellig is en dat er nog onderling geintjes kunnen worden gemaakt.

‘Hoe ging het,’ vraagt mijn vrouw als we thuiskomen.

‘Goed,’ zegt mijn dochter.

‘Leuke juf,’ zeg ik.

‘Ja,’ zegt mijn vrouw, ‘wat een figuurtje hè?’