Een uitgave van mats bv ©

NIEUWE AUTO

Jaargang VII, 27

Pappa heeft een nieuwe auto. Van de baas weliswaar, maar het voelt als eigen. Maandenlang op moeten wachten en eindelijk, eindelijk mag ik hem ophalen. Van de garage en de wagenparkbeheerders had het ook geen dag langer kunnen duren, want het normale werk begon toch een beetje te stagneren onder mijn voortdurende telefoontjes 'of hij er al was'. De man van de garage had graag nog het een en ander uitgelegd en gedemonstreerd, maar hij begrijpt gelukkig dat hij gewoon zo snel mogelijk de sleutels moet afgeven en opzij stappen. 'De tank is vol,' roept hij me nog na, maar ik stuif al de straat uit.

Trots als een pauw en heel voorzichtig stuur ik mijn nieuwe limousine door de poort bij ons thuis. Wie auto's voornamelijk ziet als een min of meer nuttig vervoersmiddel of erger, als een ernstige milieuvervuiler, kan niet begrijpen wat de geur van een nieuwe auto doet bij een man. Mijn echtgenote ook niet, maar die is inmiddels wel al 11 jaar met me getrouwd en die doet dus heel leuk alsof. Ze heeft me al gehoord of zien aankomen en ze doet het enige juiste dat een echtgenote dan kan doen, ze schiet een paar pantoffels aan, laat het eten aanbranden, komt naar buiten en loopt er drie keer omheen. 'Hij is prachtig, schat. Goeie kleur, goeie keuze.'

Meer is niet nodig.

'Jongens, buiten komen, pappa heeft een nieuwe auto.'

'Ja mooi,' zegt de dochter, 'mamma wat eten we?'

'Hij is rood,' is het enige dat de zoon weet te melden.

'Zo,' zegt mijn vrouw, 'nu eerst eten.'

'Maar dan mag ik wel het instructieboekje pakken?'

'Niet zo ongezellig, zo vaak ben je niet op tijd thuis om samen te eten.'

Maar ik hoef niet te helpen met afwassen en na een snelle maaltijd mag ik er weer in gaan zitten. Mijn zoon begrijpt nu dat zijn vader hem op dit moment nodig heeft en hij komt erbij zitten. Overal aankomen, knopjes draaien, toeteren, elektrische ramen op en neer.

Zijn zus komt er ook even bij staan, ook geen zin om al naar bed te gaan. 'Deze heeft zeker heel veel centjes gekost, hè pappa, zo mooi is hij.'

Zelfs de buurvrouw, van wie ik weet dat ze meer met het milieu heeft dan met auto's, komt even over de heg kijken.

Tenslotte komt mamma naar buiten, lippen gestift en portemonnee in de hand: 'We gaan een ijsje eten in de ijssalon twee dorpen verder.' Terwijl het eigenlijk al lang kinderbedtijd is. Niets kan een man gelukkiger maken dan een gezin dat hem zelfs in zijn eigenaardigheden ondersteunt.

Alleen jammer dat we de natte doekjes vergeten, dat de kinderen allebei een chocolade-ijsje bestellen en dat het interieur nogal besmettelijk beige is.