Een uitgave van mats bv ©

NORMEN EN WAARDEN

Jaargang IX, 21

Mijn zoon en ik doen de wekelijkse grote boodschappen in de supermarkt. We zijn daar allebei niet dol op, maar het moet toch gebeuren en het heeft ook belangrijke voordelen als je het zelf doet. Want als je alleen maar je bestelling doorgeeft, is het afwachten of het juiste bier en de juiste chips worden aangeschaft. Ja zelfs of er überhaupt bier en chips worden aangeschaft, want in een huishouden waar alle mannen voortdurend op dieet zijn, staan dit soort versnaperingen gewoon op de zwarte lijst.

We hebben bonuskaart, klantenkaart en airmileskaart meegenomen, hoewel ik persoonlijk nog van de zegeltjes ben. Helaas vergeten we het muntje voor de winkelwagen. Zo'n winkelwagentje kost maar 50 cent en dat is eigenlijk geen geld voor zo'n mooi karretje, maar je moet wel contant afrekenen want er past geen pinpas in. Ik knipoog eens vriendelijk naar de mevrouw achter de klantenservice-balie en ik vraag een muntje. Ik word met het timmermansoog van de service-mevrouw op betrouwbaarheid ingeschat maar ik kríjg het muntje. Ik zie mijn zoon naast mij denken dat dit wel heel makkelijk gaat, voor hem is 50 cent dan ook de helft van zijn weekloon, een heel kapitaal dus.

Hoewel mijn vrouw geprobeerd heeft het boodschappenlijstje aan te passen aan het loopje door de winkel - dus éérst de groenten, dan de zuivel en de kruidenierswaren en helemaal achteraan de diepvries - kunnen we weer niks vinden en lopen we te dwalen door de enorme zaak. Ondertussen moeten we ook nog even naar huis bellen of we echt 5 pakjes slagroom nodig hebben, omdat het volgens ons niet klopt met het eerdergenoemde dieet.

Als we onze overvolle kar in de parkeergarage in de auto hebben geladen, schiet mij het geleende muntje weer te binnen. De jongen wil naar huis en kijkt mij aan met een blik van verstandhouding, wie mist nou zo'n muntje? Nou hebben wij als vaste klant en aandeelhouder van deze kruidenier nog wel wat te goed, maar het lijkt me een mooi moment om wat aan 'normen & waarden' te doen.

'We hebben dat geleend, die mevrouw vertrouwt ons, dus wij brengen dat terug.'

De mevrouw neemt zonder al te veel plichtplegingen haar muntje terug, alsof het inderdaad de gewoonste zaak van de wereld is. Het is maar een klein alledaags beetje burgerfatsoen, maar ik ben best tevreden met onszelf.

Dat smaakt naar meer goede daden. Als we naar huis rijden staat een ouder echtpaar te aarzelen voor een zebrapad. Ik stop en wuif hoffelijk dat ze kunnen oversteken. De twee gunnen mij geen blik waardig, overleggen druk met elkaar en besluiten dan om te keren en niet over te steken. Mijn goede-daad-gevoel verdwijnt als sneeuw voor de zon. Achter mij toetert een auto dat ik moet opschieten. Ik mompel iets binnensmonds.

'Wat zeg je, pappa?'

'Ik zeg: die zijn zeker vergeten hun muntje terug te geven.'