Een uitgave van mats bv ©
ONDER MANNEN
Jaargang VIII, 35
We hebben een mannenmiddag, mijn zoon en ik. Dat was alweer een flinke tijd geleden en daar waren we dan ook wel aan toe. En omdat zijn zus haar verjaardags-week viert - familie-visite en trakteren op school zijn al achter de rug en vanmiddag heeft ze meiden-partijtje - heeft hij ook wel wat extra aandacht nodig.
Op zo'n middag blijkt dat we toch een heel eind gekomen zijn, als gezin. Vroeger zouden we meteen in de touwen gesprongen zijn en krampachtig leuke dingen zijn gaan doen. Tegenwoordig forceren we niets en blijven we relaxed. We beloven mijn vrouw dat hij niet de hele middag op de spelcomputer zal gaan spelen en zwaaien haar en mijn dochter nog even na. Daarna beginnen we rustig met een kwartiertje op de spelcomputer terwijl ik de krant even doorneem. Het verschil tussen een kwartiertje spelcomputer bij mijn vrouw en bij mij is dat zij de kookwekker wel hoort en dat ik de krant dan nog niet helemaal uit heb. Wat mijn zoon betreft zijn mijn kwartiertjes dus beter, maar ze bestaan natuurlijk bij de gratie van haar consequente kwartiertjes.
Daarna is het tijd om de zondagse auto te gaan wassen. Dat doen we normaal op de hand, maar vandaag nemen we de autowasstraat, zodat we ook eens tot een goed gesprek komen. Het gesprek gaat over auto's, hoe hard ze kunnen, over voetballen, waar hij niet op wil, maar waar hij graag samen met mij naar mag kijken, en over meiden, die bij ons thuis en bij hem in de klas, hoe lastig ze kunnen zijn, maar toch ook weer lief en dat we ze hoe dan ook niet zouden kunnen missen. Zoals gezegd, we hebben een mánnenmiddag. Er gebeurt niks en de tijd gaat langzaam voorbij, maar we hebben het knalgezellig.
Zachtjesaan wordt het tijd voor het absolute hoogtepunt van de dag: de hamburger met frietjes.
'Pappa mag ik daar...,' begint hij al vast aan de voorpret.
'Vandaag mag alles, want we zijn onder elkaar,' onderbreek ik hem.
'Maar mag ik dan ook...?'
'Wat zég ik nou net?' We moeten allebei grinniken om ons eigen toneelstukje.
Hij krijgt zijn hamburger, een speeltje, friet mét, melk voor het toch-nog-een-beetje-gezond-gevoel en een joekel van een ijsje na. Om mijn geweten te sussen, matig ik mezelf enigszins. Geen mét, water in plaats van milkshake en geen ijsje. Mijn vrouw en ik hebben afspraken over de vermindering van mijn omvang en na zoveel echtelijke ongehoorzaamheid vind ik dit wel passen.
'Zeg pappa, was het voor jou ook wel goed? Ik heb alles, een speeltje en een ijsje en jij hebt bijna niks.' Er ontgaat die jongen niet veel.
'Jongen,' zeg ik uit de grond van mijn hart, 'ik vond het een tóp-middag.'
Innig tevreden kuieren we terug naar de auto; het is alweer tijd om de meiden op te halen.
