Een uitgave van mats bv ©

ONDERHOUD

Jaargang XII, 23

‘Bel jij nou even met de dierenarts,’ vraagt mijn vrouw op een manier waarop maar één antwoord mogelijk is.

Dat is makkelijk afschuiven zeg. Ze weet dat ik daar een hekel aan heb.

‘Dag, met Heffels.’

Wij zijn al jaren klant van deze welvarende veeartsenpraktijk en wij kennen de receptioniste/assistente dus goed en weten dat ze achter een open balie in een meestal volle wachtkamer zit. Als de aanwezige honden en katten even rustig zijn, kan iedereen het gesprek volgen. De assistente herhaalt mijn naam, zodat de wachtenden ook inderdaad weten wie er aan de lijn is. Ik geloof niet dat ze hem op de luidspreker zet, zodat ze me in de wachtkamer ook kunnen horen.

‘Mijn katten moeten een onderhoudsbeurt,’ begin ik.

‘Om hoeveel katten gaat het precies, meneer Heffels? Víer stuks, zegt u?’

‘Ja, en de helft van dat asiel moet worden gesteriliseerd en de andere helft krijgt een spuit.’

‘De jaarlijkse inenting, bedoelt u.’

Waarschijnlijk bedoel ik dat inderdaad.

‘Maar u gaat me iets te snel. We doen het even één voor één.’

Daar was ik al bang voor.

‘Dan beginnen we met Blanco.’ De assistente gaat dit gesprek helemaal leuk opbouwen.

‘Die moet gewoon zijn prikje, neem ik aan. En dan hebben we Mokka, met ck.’

Ik zie gewoon voor me hoe de wachtkamer zich schrap zet voor de veelbelovende ontknoping van dit telefoongesprek.

‘Maar Mocka is eigenlijk nog niet aan de beurt voor haar prikje, zie ik hier op mijn computer.’

‘Dat kan kloppen, maar ik wilde het gelijkschakelen zodat we met één grote visite per jaar klaar zijn. En ik neem aan dat we dan groepskorting krijgen.’

‘U wilt kórting meneer Heffels?’ galmt het door de wachtkamer. Ik hoor de honden op de achtergrond hun adem inhouden. ‘Nou, dat is niet erg gebruikelijk, maar in uw speciale geval is dat misschien wel mogelijk.’

‘En dan de poesjes die gesteriliseerd moeten worden…’

‘Ja, dat zijn dus die twee andere in uw computer.’

‘Eens even kijken…’

Vergis ik me, of hoor ik gegniffel op de achtergrond?’

‘Dat is dan Veto Jordan G., klopt dat?’

‘Dat klopt, zegt u, en dan heb ik nog Juni Junior Miesje? Dat klopt ook?’

De ene kat waarover ik ooit tevergeefs mijn veto heb uitgesproken, is door mijn zoon samen met zijn Amerikaanse vriendje naar een basketballer genoemd en de ander lijkt op haar moeder, vandaar Juni Junior en dat Miesje heeft met een tv-collega van mijn vrouw te maken. Dat geeft allemaal niet als mijn kinderen er niet op hadden gestaan dat al die namen in het dierenpaspoort en dus in de computer terecht zouden komen.

‘U bent die meneer van de kwantumkorting, is het niet?’ vraagt de dierenarts als ik uiteindelijk in de behandelkamer sta. Ze hebben het er duidelijk met elkaar over gehad.

‘Dat is in orde hoor.’

Pas later, bij de pinmachine, begrijp ik waarom dat zo makkelijk ging.