Een uitgave van mats bv ©

OP DE BANK

Jaargang XIII, 9

‘Nou, dat zou tijd worden dat jij weer eens bij je oude moeder op visite komt.’

De gezegende leeftijd van mijn moeder mag dan met gebreken komen en soms ziet ze het allemaal niet meer zo scherp, maar vandaag komt ze maar meteen terzake.

Misschien kan ze niet meer op de namen van alle kleinkinderen komen, maar zodra ik de deur van haar appartement open, weet ze dat ik het ben. En blijkbaar dus ook dat ik al een tijdje niet meer geweest ben. Natuurlijk heb ik het best wel druk gehad, maar de eerlijkheid gebiedt ook te zeggen dat ik dacht dat het niet erg zou opvallen. Het gebeurt regelmatig dat ze in een gesprek twee keer hetzelfde vertelt binnen tien minuten en dan ben je toch al snel geneigd te denken dat ze zich die visite van een maand geleden herinnert als van vorige week.

Niet dus.

Overigens is ze niet van plan om daar moeilijk over te gaan doen. Ik kan me zelfs niet herinneren dat ze ooit moeilijk tegen me gedaan heeft. Ook vroeger niet, waarschijnlijk ter compensatie van de wat ingewikkelde verhouding die ik met mijn vader had. ‘Verwend tot op het bot,’ mogen mijn zussen graag zeggen.

Eigenlijk vind ik dat ze best wel eens wat vaker moeilijk tegen me mag doen. Dat ze best wel eens mag zeuren, of klagen over de oudedagsproblemen. Maar dat reserveert ze blijkbaar voor mijn zussen die zich dat ook nog eens flink wat harder aantrekken dan ik.

We gaan lekker naast elkaar op de bank zitten kletsen, dan hoeven we ook niet zo hard te praten. Het gaat goed met haar. Ze ziet er breekbaar uit van de ouderdom, maar ze is vief en helder.

´Nou ja, jongen, ik merk natuurlijk wel dat ik niet meer zo piep ben.´

´Dat mag je wel zeggen,´ zeg ik hartelijk.

´Zorgen ze nog een beetje fatsoenlijk voor je hier?´

´Ik heb helemaal niets te klagen over het personeel. Ze zijn allemaal even aardig. En geloof mij maar jongen, het is niet altijd leuk om voor die oude mensen te moeten zorgen. Je hebt er zeurpieten tussen hoor.’

Ongetwijfeld.

‘Heb je het nog zo druk, jongen?’

‘Nou!’ zeg ik. ‘Verschrikkelijk!’ voeg ik er nog aan toe, want daar hoef ik thuis ook niet steeds mee aan te komen.

‘En hoe is het met eh..de kinderen.’

‘De dochter is al naar middelbare school en de zoon gaat na de zomervakantie. Het gaat heel goed met ze, op school en thuis.’

‘Wat ’n geluk, hè jongen?

‘Nou!’ zeg ik.

Dan vraagt ze met naam en toenaam naar mijn vrouw. Had toch gedacht dat ze haar naam wel vergeten zou zijn.

‘Daar gaat het ook hartstikke goed mee,’ zeg ik naar waarheid.

‘Je boft maar,’ zegt ze. ‘Ze is niet alleen lief maar ook nog erg knap.’

Dat was destijds al het eerste commentaar op mijn vrouw en alleen al daarom zou ik niet moeilijk doen over een beetje gezeur.

‘Ze heeft wel een erg kort rokje aan,’ was overigens de direct daaropvolgende opmerking.

‘Ik heb niets te klagen,’ zeg ik uit de grond van mijn hart. ‘Helemaal niets.’

‘Ik ook niet,’ zegt mijn moeder.