Een uitgave van mats bv ©

OP DE VOORKANT

Jaargang VII, 29

Aan het eind van het schooljaar, mijn dochter groep 3, mijn zoon groep 2, hebben ze me dan uiteindelijk toch te pakken. De dames van de buitenschoolse activiteiten. Twee eerdere pogingen heb ik afgewimpeld, nu hang ik.

'Jij deed toch iets in tijdschriften?'

Ontkennen heeft geen zin. Er moet een schoolkrant gemaakt worden, bij gelegenheid van het 100-jarig bestaan van de school en dat ga ik voor ze doen.

Nou vind ik, als je toch de klos bent, dan ook maar meteen voor het 100-jarig bestaan, dat is tenminste overzichtelijk.

Trouwens, ik probeer thuis nog even om er onderuit te komen, vanwege toch zo verschrikkelijk druk op de zaak, maar daar kan mijn vrouw kort over zijn: 'Dan doe je ook eens wat.'

Niets of niemand houdt me dan tegen; hoewel ik het nog een paar keer probeer. De drukker laat me niet eens uitspreken, 'wat een leuk idee, daar helpen wij je graag een handje mee.' Een bevriend vormgever speelt dat hij beledigd zou zijn geweest als ik hem niet had gevraagd, maar wil toch best wel helpen. En de fotograaf komt gewoon even langs.

Ze hebben makkelijk praten, want ze hebben kinderen die al naar de middelbare school gaan, of, zoals bij de fotograaf, die nog in de crèche-fase zijn. Ik speel hier een regelrechte thuiswedstrijd en mijn kinderen zitten op de tribune. Zij zijn de doelgroep.

Zo moet mijn vader zich vroeger ongeveer gevoeld hebben toen hij mij in zijn klas kreeg. Ik mag er graag op wijzen dat het voor mij niet makkelijk was als leerling bij mijn vader in de klas en op zich is het heel leerzaam dat ik dat nu eens andersom bedenk.

Mijn kinderen begrepen pas hoe serieus de zaak was, toen de juf en de meester van groep 8 en groep 7 's avonds bij ons thuis de boel kwamen bespreken. Ze staan helemaal achter hun vader en hebben er alle vertrouwen in.

'Dan is het verder toch niet meer zo ingewikkeld,' meent mijn vrouw als ze in ogenschouw neemt wie ik inmiddels alweer voor mijn karretje heb gespannen.

Maar dan moet het echte denkwerk nog beginnen. Eerst maar eens een doelgroeponderzoek. 'Wat zullen we er allemaal inzetten jongens?' En ik geef meteen maar zelf een paar voorzetjes, 'puzzels, kleurplaten, moppen en oude foto's?'

'Ja,' zegt mijn zoon,’ en dat de jongens van groep 8 nog moesten vechten toen ze in groep 2 zaten, maar dat is nu niet meer zo.'

Ik zie wat de jongen bedoelt: een stukje evaluatie van het pest-project tegen de achtergrond van de geschiedenis van de school, aan de hand van de waargebeurde geschiedenis van hem en zijn vriendjes.

Ik kijk naar mijn dochter of die nog een bijdrage kan leveren en mijn dochter kijkt peinzend terug.

'Nee,' zegt mijn vrouw, 'zij mag niet op de voorkant.'