Een uitgave van mats bv ©

PARADE

Jaargang VII, 42

Het kunnen niet altijd tekenfilms zijn, speeltuinen, pretparken of dagjes aan het strand. Soms moeten ze ook aan de cultuur, of ze willen of niet. Je wil ze toch immers wat bagage meegeven. Overigens willen ze meestal wel. Ik verbaas en verkneukel me er vaak stiekem over dat ze tegenwoordig soms flink aan het mopperen slaan als we een suggestie voor activiteiten doen, omdat ze dan met hun eigen dingen bezig zijn, maar ondertussen toch alvast hun jas aandoen of de fietsen uit het schuurtje halen. Onze voorstellen hebben op hun leeftijd toch nog steeds iets onvermijdelijks. Zo waren we laatst bij een heel goed bedoelde voorstelling van een amateurtoneelvereniging een paar dorpen verder. Over een bos dat bedreigd werd door de aanleg van een snelweg. Terwijl wij steeds werden afgeleid door wankelende decors, te laat startende bandrecorders en te strakke maillot van de hoofdrolspeelster, gingen de kinderen helemaal op in het verhaal. Ook bij de musicals die werden opgevoerd door het animatieteam in ons hotel op vakantie zaten onze kinderen ademloos op de eerste rij, hoewel de cultuur daar wel met een heel klein lettertje werd geschreven.

Ze wilden dus best wel naar de Parade, een cultureel verantwoord voorstel van mij. Sinds jaar en dag laat mijn favoriete dagblad zich lovend uit over dat pretentieuze evenement, maar toch was het er nooit van gekomen. En nu bleek het ‘s middags speciaal voor de kinderen te zijn. 'Vreemde dames en heren die leuke kunstjes, liedjes en voorstellingen doen,' schetste ik een beeld van wat ze konden verwachten. Ik dacht daarbij bijvoorbeeld aan Loes Luca, die ze straks nog leren kennen als de nieuwe zuster Clivia, maar achteraf realiseer ik me dat de kinderen zich daarbij goochelaars, acrobaten en zingende clowns voorstelden.

De Parade werd gehouden op een modderveld, maar dat kwam door het weer, daar kon de organisatie ook niets aan doen. En dat de toegang gratis was, maar toch ook weer niet omdat alle voorstellingen apart geld kostten deerde ons niet, want kunst mag wat kosten. Maar wij waren wel collectief verontwaardigd over de geboden kunst, terwijl wij toch niet veel gewend zijn. We hadden niet de indruk dat onze kinderen erg gecharmeerd waren van de mevrouw die hen een tent binnenlokte om hen daar schilderijen te laten zien, waar ze iets van mochten zeggen. En wij menen toch dat je een slecht verduisterde tent geen kinderbioscoop mag noemen als je er een ongestreken laken ophangt en een filmpje van de VPRO vanaf een videorecorder projecteert.

'Wij noemen een Parade eigenlijk een tuinfeest,' meende mijn dochter achteraf en dat bedoelde ze aardig.

Om de dag een beetje te redden zijn we gaan eten in een Italiaans restaurant waar ze in de kelder een spelcomputer hebben staan voor kinderen die hun bordje leegeten. Daar komen we nog eens terug.