Een uitgave van mats bv ©
PARIJS
Jaargang XI, 14
We gaan een weekend naar Parijs met z’n allen en ik sta nu al stijf van de stress. En dat terwijl mijn vrouw alles geregeld heeft en die is de kalmte zelf. Dat zou dus gewoon andersom moeten zijn. Maar zij heeft inmiddels alle stadia van opwinding doorlopen. Aanvankelijk was het reisje bedoeld als verrassing voor mij. Dat ging goed totdat er een meisje van het reisbureau breeduit tegen me aan begon te kwebbelen toen ik haar toevallig aan de telefoon kreeg. Ook niet erg, vanaf toen mocht ik meegenieten van de voorpret. Ik heb de folder al gelezen van het prijzige hotel dat we zullen betrekken. We hebben een mooie selectie boeken over Parijs uit de bibliotheek geleend en bovendien het duurste vademecum uit de boekenwinkel aangeschaft. Daaruit heeft mijn vrouw inmiddels nauwkeurig de routes uitgestippeld die we gaan lopen. Staatnamen én arrondissementen. In diverse familielunches hebben we het programma tot realistische proporties terug kunnen brengen. We gaan in elk geval niet meer naar de Eifeltoren, geen haar op het hoofd van papa noch mama, dat daaraan denkt. Daar hebben we vorige keer, uitgeweken vanuit Disneyland, doodsangsten uitgestaan. We gaan zeker wel naar de Notre Dame, hoewel wij allemaal weten dat de klokkenluider een sprookje is en we twijfelen nog over de Mona Lisa. Die is namelijk net verhuisd en daar zal het druk zijn. Misschien gaan we zelfs naar Versailles.
Niets aan de hand, zou je zeggen. En we gaan met de auto.
Gisteren, op karwei in het zuidelijkste puntje van het land, parkeer ik die auto boven op een Limburgs betonnen paaltje. Gevolg: een plas olie ter grootte van een halve milieuramp. En geen garage in de buurt die me kent. Ik zie mijn auto vertrekken in de takels van een sleepwagen naar een garage in Maastricht, die ik alleen maar aan de telefoon heb gehad. Naar een wildvreemde chef werkplaats die ik heb uitgelegd wat dit tripje naar Parijs voor mijn huwelijk betekent en die me zo makkelijk in vet Maastrichts verzekerd dat het allemaal dik voor elkaar komt, dat ik het bijna niet kan geloven. En wat blijkt? Een paar uur later is het allemaal dik voor elkaar. De juffrouw van de receptie van de garage geneert zich een beetje voor mijn dankbaarheid.
Vandaag heb ik een ander paaltje gevonden, hier bij ons in de stad, geloof het of niet. Ik weet bijna zeker dat het er niet stond toen ik mijn auto er parkeerde, maar het kan ook zijn dat ik een beetje opgefokt van de pasfotograaf terugkwam en het daardoor gemist heb. Net zo’n rot paaltje als het Limburgse. En de pasfotograaf was me nog achterna komen rennen omdat ik mijn jas met portemonnee en al in zijn winkel had laten hangen. Ik durf pas onder de auto te kijken als ik thuis kom, waar blijkt dat ik de voordeur wagenwijd open heb laten staan. Niets aan de hand, geen olie onder de auto, geen insluiper in huis.
Ik was bij de pasfotograaf omdat ik hedenmorgen bij een routinecontrole ontdekte dat mijn paspoort al een maand of twee verlopen is. Globetrotter! Zeker twee keer illegaal in het buitenland geweest.
Morgen ga ik met mijn pasfoto, die overigens heel aardig gelukt is, meteen om half negen in de rij staan voor het loket Burgerzaken op het gemeentehuis. Daar hoop ik voldoende stempels en formulieren te verzamelen om later op de dag bij de Marechaussee op Schiphol een nooddocument te bemachtigen.
En dan vertrekken we vrijdagmorgen. Vroeg.
Ik denk dat mijn vrouw het eerste stuk zal rijden en dan neem ik het over als we tegen spitsuur in Parijs aankomen.
