Een uitgave van mats bv ©

PATAT

Jaargang XI, 39

Laten we het eens over het huwelijk hebben. Dat onvolprezen instituut. Nou ja, niet voor iedereen natuurlijk. Lang niet voor iedereen, als we zo eens om ons heen kijken. Zonder de kat op het spek te willen binden: voor ons gelukkig wel. Wij hebben het getroffen. Lang gezocht, flink geoefend en uiteindelijk gevonden.

Wij mogen dat ook graag tegen elkaar zeggen: ‘Je weet niet half hoe je het met mij getroffen hebt.’ En dat is geheel wederzijds.

Vraag ons niet naar ons recept, want zoals wij het graag lusten, smaakt het lang niet iedereen. En wij willen bepaald niet de indruk wekken dat we volgens een vooropgezet plan te werk gaan. Soms lijkt het tegendeel eerder het geval. Wij rommelen eigenlijk meestal maar wat aan en het lijkt niet raadzaam om dat als huwelijkstherapie aan te raden alleen maar omdat het bij ons toevallig werkt.

Neem bijvoorbeeld de kinderen. Cement rond de hoeksteen van de samenleving, zoals het huwelijk wel wordt genoemd, maar net zo vaak splijtzwammetjes. Relatie-zelfhulp-boeken, damesbladen en vrienden en kennissen raden dan ook niet voor niets vaak aan om ze van tijd tot tijd eens uit te besteden. Wij zijn daar nog steeds niet goed in. We weten niet goed aan wie we ze moeten uitbesteden omdat we geen oma’s of familie in de buurt hebben en geen oppas waar ze zo vertrouwd mee zijn dat wij het zouden vertrouwen om ze daar één of zelfs meer nachten te laten logeren. Bovendien zijn we eigenlijk het liefst gewoon allemaal bij elkaar. Echter naarmate ze ouder worden en ’s avonds en zeker in het weekend langer op de bank achter de televisie blijven hangen, zitten ze de consumptie van het huwelijk steeds vaker in de weg. Daar staat tegenover dat ze ook steeds vaker op eigen initiatief uit gaan logeren en met clubjes en verjaardagen ’s avonds op stap gaan.

Zo kon het gebeuren dat we van het weekend opeens een lange zaterdagmiddag en avond aan onszelf hadden omdat de kinderen een barbecue en spannende speurtocht hadden als afsluiting van het tennisseizoen. Zo’n buitenkans verdient zorgvuldige planning. We konden naar de bioscoop of ergens riant uit eten. Maar er draaide geen film en we konden geen restaurant verzinnen waarvoor we onze vrijetijdskleding zouden willen verruilen voor gepast uitgaanstenue. Het liefst zouden we nog uitgebreid zijn gaan doorzakken in een bruine kroeg, maar aan het eind van de avond moesten de kinderen toch weer worden opgehaald.

Uiteindelijk zitten we die avond gewoon lekker onderuitgezakt tegen elkaar aan op de bank. Ik ben een patatje mét gaan halen in de buurtsnackbar, voor haar een kroket, voor mij een berehap. De televisie staat aan uit gewoonte, maar we kijken niet, ons gesprek kabbelt gezellig voort, maar is nou niet bepaald diepgaand. Het voorspelbare verdere verloop van de avond zal ik u besparen.

Dat bedoel ik nou, je zou onze methode toch niet als relatietherapie aan andere echtparen durven aanbevelen.

Voor ons werkt het, merk ik als we op de vroege maandagmorgen boterhammetjes staan te smeren achter het aanrecht. Ik kijk opzij en zie dat ze een nieuw truitje aanheeft. Nou zijn er in ons lange huwelijk ongetwijfeld al vele maandagochtenden geweest dat ze er goed uitzag. De meeste maandagochtenden. Maar vandaag zie ik het en ik zeg er wat van.

‘Je ziet er goed uit.’

Gelukkig komt mijn dochter zich dan beklagen dat haar favoriete spijkerbroek niet gewassen is en dat ze dus weer niets heeft om aan te trekken.

Dan is het alweer gewoon maandagochtend.