Een uitgave van mats bv ©
POGING TOT INBRAAK
Jaargang IX, 38
Dat zal je nou altijd zien. Zijn we eens een weekje van huis, schakelen we een bevriend echtpaar in omdat het gras gemaaid, de kat gekroeld en de kippen gevoerd moeten worden en dan gebeurt het: er overlijdt een kip. Daar waren we graag persoonlijk bij geweest. Behalve grote dierenvrienden zijn wij namelijk ook dol op een beetje sensatie. En sensatie is niet iets wat een kip van huis uit aankleeft. Het tokt, legt een ei als d'r kop ernaar staat, scharrelt wat rond en dan heb je het wel zo'n beetje gehad. Natuurlijk hebben we onlangs die oorlogstoestanden gehad met de vogelpest, compleet met onderduikende kippen en burgerlijke ongehoorzaamheid, maar daar vielen wij qua geografie net weer buiten. En toen we ze net hadden is er een gekeeld door de stropende ruwharige tekkel van twee deuren verder. Daarna hadden we er nog vier. En nu dus nog maar drie.
Op een morgen lag ze op haar rug met de pootjes omhoog in de ren. De oppassers - stadsmensen - dachten nog even dat ze lag te zonnebaden, maar daar zijn kippen helemaal niet gek op. Uiteindelijk hebben ze nog de dierenambulance gebeld, maar die kon ook niet veel meer uitrichten.
'Dat gebeurt nou eenmaal,' schijnt de vrijwilliger gezegd te hebben, 'ouderdom.'
Nou hebben wij, net als de gewaardeerde medewerker van de dierenambulance, geen flauw idee hoe oud een kip kan worden, maar doodgaan van ouderdom vinden wij wel heel gewoontjes en toevallig. Dus hebben we achteraf diepgaand onderzoek verricht. En wat wij alreeds vermoedden, blijkt ook waar: er is meer aan de hand. De deur en deurpost van het nachthok tonen duidelijk sporen van een poging tot inbraak; grote krassen en hele stukken weggekrabt. Wij dachten meteen aan de vermaledijde ruwharige tekkel, maar toen die een paar dagen later weer ons erf binnendrong, zagen we al snel in dat die het niet geweest kan zijn. Het beest loopt keffend een paar rondjes rond het hok, door mij tevergeefs achternagezeten met een bonenstaak, maar daar trekken onze kippen nauwelijks een wenkbrauw voor op. De buurman die hem komt vangen, demonstreert het ten overvloede: de tekkel is te klein voor deze sporen. Maar wie of wat heeft onze kip dan een hartverlamming bezorgd? Een vos? Een wolf? Een jachtluipaard dat ontsnapt is uit het safari-park waar wij die kippen vandaan hebben en dat alsnog zijn boutje is komen halen? We hebben gebeld, maar ze missen er geen.
De mensen van de dierenambulance adviseerden om onze geliefde kip onder de rododendron te begraven. De kinderen hebben er naderhand nog een papiertje met een boodschap op een stokje bij geplaatst. En nogmaals, geen kwaad woord over deze dierenvrienden; ze hebben ons verschillende keren met raad en emotionele en psychologische hulp terzijde gestaan bij het verlies van dierbare poezen.
Maar de rododendron laat sindsdien zijn blaadjes hangen.
