Een uitgave van mats bv ©
PONYKAMP
Jaargang VIII, 22
Onze dochter zit op paardrijles. We hebben besloten er niet langer omheen te draaien en er eerlijk voor uit te komen.
'Waarom zit onze dochter eigenlijk op paardrijles?' vraag ik mijzelf en mijn echtgenote af als we gezellig op de bank zitten onder de reclame na het achtuurjournaal.
'Jij bent niet gek op paarden en ik denk dat ze er kromme benen van krijgt. Waarom?'
Mijn vrouw haalt licht schuldbewust, maar zwaar vertederd haar schouders op: 'Ze is er zo gek mee!'
Dat mag natuurlijk geen reden zijn, maar achteraf kunnen we niet zeggen dat we het niet hadden kunnen zien aankomen. Die Barbie-op-het-paard heeft ze al van twee Sinterklazen geleden en toen ging haar beste vriendin op paardrijles en toen mocht ze één keertje mee. En dan kan het bij ons vaak snel gaan. Als ik daar geen rem op zet, staat er straks bij wijze van spreken een paard tussen onze begonia's.
'Krokus' heet het knolletje waarop ze het leert. Schofthoogte pakweg één meter, daar val je niet al te hard vanaf. Maar wel voor de veiligheid vast een cap gekocht. In de paardenwinkel kregen we een grote spaarkaart uitgereikt; die rekenen er vast op dat we nog vele malen zullen terugkomen. Alleen al het feit dat je voor zo'n hobby een gespecialiseerde winkel hebt, zegt mij eigenlijk al genoeg.
Al tijdens les 2 wordt het kind in galop gejaagd. We zien onze zoon aan de kant zich bedenken dat hij een heel verstandige keus heeft gemaakt voor pianoles.
'Vond je dat niet verschrikkelijk eng?' herinner ik mij van vroeger.
'Ja, de galop was wel een beetje eng. Maar moeilijk is het niet, hoor pappa.'
En ze vertelt honderduit over hoe dat gaat met de hakken in de flanken van het paard, met de teugels. Ze kent ook al heel veel soorten paarden: Shetland pony's, Arabische volbloed, Engelse volbloed, IJslandse pony's...
'Lippizaners en Hannoveranen,' vul ik enthousiast en deskundig aan.
'Hamburgers,' laat onze zoon zich niet onbetuigd.
'Ik zal het je nog leuker vertellen,' zegt mijn vrouw, 'ze wil samen met haar beste vriendin op ponykamp.'
Nou ben ik een redelijk, rustig en democratisch mens, maar ik heb mijn grenzen. Mijn dochter van zeven, die ik ternauwernood één nachtje op een zeer vertrouwd adres laat logeren, gaat niet op ponykamp, hoeveel beste vriendinnen ook wel gaan. Ik wil het niet hebben, het zal niet gebeuren en er kan geen sprake van zijn. En daar ben ik unaniem in!
Mijn vrouw zapt langs de kanalen om te zien of er iets leuks is op een van de andere netten. Het lijkt erop dat ik me voor niets zit op te winden.
'Natuurlijk niet.'
