Een uitgave van mats bv ©
PRIKKEN
Jaargang IX, 20
We krijgen post van de Thuiszorg dat we in een of ander wijkcentrum worden verwacht om onze dochter te laten inenten. Twee stuks, namelijk DTP en BMR.
'Wat is dat pappa?'
'Difterie, Tetanus en Polio en Bof, Mazelen en Rode Hond,' zeg ik vlot omdat ik het lees op het vaccinatie-bewijs dat mijn vrouw ergens vandaan heeft getoverd. Daar staat inderdaad dat ze op ongeveer 9-jarige leeftijd haar laatste vaccinaties krijgt. Maar het is duidelijk dat mijn dochter nooit ingeënt zou zijn als het aan mij had gelegen. Daarom is het in dit land gelukkig ook zo geregeld dat een centrale instantie even waarschuwt en de moeders vervolgens het vaccinatiebewijs kunnen vinden. Ik hoef alleen maar het goed verstopte wijkcentrum te vinden en mijn dochter uit de klas te halen.
'Maar waar is dat nou voor?' Ze gaat heus niet zeuren dat het pijn doet, maar ze wil wel precies weten waar het allemaal voor nodig is. Dat zoeken we dus op.
'Difterie is slijmvliesontsteking, tetanus krijg je van wondinfectie en polio is kinderverlamming, van de bof krijg je dikke wangen en dat moeten speciaal jongetjes niet krijgen, mazelen weet je wel en rodehond is ook heel gevaarlijk. Maar verder moet je het mij ook niet precies vragen en dat hoeft ook niet, want je wordt ingeënt en dan krijg je het dus niet. Je boft maar dat je toevallig in dit land bent geboren.'
'Krijg ik een dikke wang omdat ik...?'
'Ja hoor grapjas, en je krijgt geen rodehond omdat we al een witte kat hebben.'
Ik kom op een ongelukkig moment de klas binnen, juf leest net voor uit Pietje Bel en aan de doodse stilte te merken, is het een heel spannende passage. We kunnen het wijkcentrum vlot vinden en onderweg babbelen we nog gezellig over enge ziektes en stoute jongetjes. Een vriendinnetje komt net naar buiten als wij aankomen.
'Het doet wel erg pijn hoor,' zegt het kind bemoedigend. Dat helpt! Ze knijpt eens flink in mijn hand. In de gang is een jongetje in blinde paniek geraakt. Ik knijp eens flink terug in haar hand. We zijn eigenlijk meteen aan de beurt en het is over voordat we er erg in hebben. Twee aardige zusters pakken elk een arm, tellen tot drie en prikken tegelijkertijd. Even heftig met de ogen knipperen en klaar. Ik wrijf nog even over mijn eigen armen en dan voelen we er eigenlijk al niks meer van. Omdat ze zo flink is, krijgt ze een frisbee van de Hartstichting, die daar reclame maakt voor zichzelf en aandacht vraagt voor te dikke kinderen en we doen mee aan een wedstrijd.
Vraag: Als je een kroket eet, moet je een kilometer lopen om hem te verbranden. Goed of fout?
'Dat weet je niet,' zegt onze zoon, haar broer 's avonds als we even checken of hij het goede antwoord had geweten.
'Misschien is de krokettenwinkel wel veel dichterbij.'
