Een uitgave van mats bv ©

SCHAAKMAT

Jaargang IX, 4

Mijn zoon en ik schaken tegenwoordig. Het heeft op zich wel iets heel huiselijks en in de tv-reclames voor bier en levensverzekeringen zien we vaak een vader met zijn zoon schaken als toppunt van familiegeluk, maar ik ben er zelf niet gek op. Ik kan er ook eigenlijk niks van, maar dat geeft niet, want bij het spel dat hij heeft gekregen zat een gebruiksaanwijzing. We wisten namelijk allebei wel zo'n beetje hoe de stukken moeten worden gezet, maar niet precies. En dat leidt maar al te makkelijk tot ruzie, zeker als er altijd een zusje in de buurt is dat bijna alles beter weet, dus ook hoe je moet schaken. Dat zie je nooit in reclamefilmpjes. Natuurlijk wil ik ook best met haar schaken, maar het schaakspel is van de zoon, dus die moet eerst sufgespeeld zijn.

Gelukkig is in het land der blinden Eenoog koning, want ik mag dan niet dol zijn op schaken, aan verliezen heb ik helemaal een broertje dood. Voorlopig win ik dus nog van hem, maar gelet op het tempo waarin hij het oppikt, zal dat niet lang meer duren. Aan mijn spelpeil valt niet veel meer te verbeteren, maar in zijn jonge hersentjes is nog ruimte zat. Als ik me heel erg concentreer kan ik wel drie zetten vooruitdenken, en hij zit, op zijn leeftijd, na een paar dagen oefenen al op anderhalve zet vooruit. Maar zo lang we nog allebei vrolijk doorspelen terwijl een van ons al schaakmat staat - en de dochter zegt ook niks - kunnen we nog wel even samen vooruit. Daarna zien we dan wel weer, kan ik altijd nog een paar keer van mijn dochter winnen, hoewel die ook heel snel leert.

Het probleem zit hem, zoals altijd bij deze jongen, in de dosering. Hoeveel partijtjes schaak kan een vader op één dag hebben. Ik zou, als bijna ideale vader, in elk tv-spotje terecht kunnen, maar de grens ligt voor mij toch wel ongeveer op 10 potjes.

'Zullen we nog een potje schaken pappa?'

'Straks na de lunch, jongen.'

Na de lunch: 'Nu is na de lunch hoor.'

'Ja, maar ik moet nog eerst even een klusje voor mamma doen.'

'Daarna dan?'

'Dan moet ik nog even het schuurtje opruimen.'

'En dan gaan we schaken.'

'Ja, maar eerst nog even alle foto's in een album plakken.'

'Neehee, pappa, niet zo flauw doen, je hebt beloofd na de lunch. En beloofd is beloofd.'

'Het eind van de middag is ook na de lunch.'

'Ja hoor, midden in de nacht is ook na de lunch, maar dan slaap ik.'

'Da's dan jammer, dan kunnen we natuurlijk niet schaken.'

'Ja maar dat is niet eerlijk, want je hebt het wel gezegd.'

'Daar heb je wel gelijk in, vooruit dan, vanmiddag bij de thee gaan we schaken.'

'Dat is afgesproken, maar dan doen we wel twee partijtjes, want je hebt je niet aan je belofte gehouden.'