Een uitgave van mats bv ©
SCHAATSEN
Jaargang VIII, 49
Op tafel ligt een formulier om je op te geven als lid van de plaatselijke Hardrijdersvereniging.
'Daar zijn we al lid van, schat,' zeg ik olijk tegen mijn echtgenote, 'ik heb laatst nog contributie betaald via de flitspaal op de A9.'
'Dat is een schaatsclub,' legt ze onverstoorbaar uit, 'en daar worden we allemaal lid van, want dat is heel gezellig en bovendien heel gezond voor ons allemaal.'
Mijn zoon en ik weten heus wel dat ze met die laatste opmerking vooral ons twee bedoelt. Wij lopen inderdaad niet over van de sportiviteit. Van lichamelijke sportiviteit, bedoel ik, want voor de rest kunnen we heel goed tegen ons verlies.
'Ik wil helemaal niet op schaatsen,' deelt de jongen ongevraagd mee. Hij was eigenlijk met iets anders bezig, maar hij is altijd alert om de universele rechten van het jongetje te verdedigen. 'Ik hoef maar op twee dingen en ik ben al op piano en tennis.' Daar lijkt mij geen speld tussen te krijgen, maar ik onderschat mijn vrouw nooit. Zeker niet als het om schaatsen gaat. Zodra de eerste nachtvorst wordt aangekondigd op het Journaal begint het te kriebelen. Hollandse kaaskop. Koek en zopie en ijspret.
'Dat is zó leuk, schaatsen, ik ging vroeger altijd schaatsen met alle kinderen van school. En jullie gaan het ook leren.'
'Ik ga níet leren schaatsen! Ik wil dat helemaal niet kunnen!' Hij heeft de hakken in het zand.
'Anders ga je op voetballen.' Dat is een heel serieus dreigement, want aan voetballen heeft hij nog een grotere hekel dan aan schaatsen.
'Of hockey,' voeg ik daar aan toe, want het kan altijd nog erger.
'En jij moet dat een beetje stimuleren!' Hoe heb ik ooit kunnen denken dat ik buiten schot zou blijven.
Ik hoef dat natuurlijk helemaal niet te stimuleren. Ik ben een Limburger van huis uit en Limburgers kunnen niet schaatsen omdat de Maas nooit bevriest. En ik hou ook helemaal niet van schaatsen. Ik hoef trouwens maar op twee dingen en ik zit al op tennis en oude auto's. Ik kan toevallig wel heel aardig rolschaatsen, maar ik heb te veel zelfrespect om me in zo'n moderne uitmonstering belachelijk te maken op straat tussen de jongelui. En ik ga om dezelfde reden op mijn leeftijd ook helemaal niet meer leren schaatsen, al hebben ze tegenwoordig van die schaatsen met stijve schoenen, zodat je niet steeds met je enkels zwikt. En ik kan dat nu gaan uitvechten of ik kan gewoon rekenen op een originele Nederlandse kwakkelwinter, met meer dooi dan ijs.
'Kom jongen, we gaan piano oefenen.'
Blij met de afleiding kruipt de jongen achter de toetsen. Ik plug mijn oude elektrische gitaar in de versterker om een beetje met hem mee te jammen. Dat is óók stimuleren.
