Een uitgave van mats bv ©
SCHIJNHEILIGMAN
Jaargang X,49
Vroeger, vorig jaar nog, was het leven overzichtelijk. Mijn zoon geloofde nog hevig in Sinterklaas, mijn dochter niet meer, maar die hield braaf haar mond, hoewel ze regelmatig zo vet naar ons knipoogde dat het me nog steeds verbaast dat haar broer niks in de gaten heeft gehad. Onze pakjesavonden waren eenvoudig van opzet, maar doeltreffend. Ik ging op een gegeven moment even plassen, waarna er steevast door Zwartepiet op de voordeur werd gebonkt. Heel toevallig. Met kloppend hart gingen de kinderen dan voorzichtig kijken en warempel, daar stond een enorme zak met cadeautjes. Sinterklaas was weer niet stilletjes ons huisje voorbijgelopen. Zeker omdat we keihard in de schoorsteen hadden gezongen. Vervolgens probeerden we vijf minuten op elkaars beurt te wachten en daarna werden in vliegend tempo en grote chaos de pakjes opengescheurd, zodat we na een kwartiertje aan de traditionele warme chocolademelk konden beginnen.
Afgezien van de warme chocolademelk zal dit jaar alles anders zijn. Dit jaar gaan we met surprises werken.
Ik ben daar niet gek op, zal ik eerlijk toegeven. Ik ben niet opvallend handig en bovendien krijg ik de leukste ideeën voor een surprise altijd pas rond Kerstmis. Voor een gedicht van vier pagina’s daarentegen draai ik mijn hand niet om, maar daar zit bij ons thuis weer niemand op te wachten. Maar goed, ik doe leuk mee. En ik moet zeggen, de voorpret is ook wat waard. Waar in normale gezinnen iedereen zijn naam op een papiertje schrijft, hadden wij een door onze dochter ontworpen formulier in te vullen.
‘Wat leuk dat je mij hebt geloot,’ staat er op dat briefje, waarna je je naam, voorkeuren voor een cadeau van maximaal € 3,50, je hobby’s en eventuele aan- en/of opmerkingen kunt invullen. Deze cadeauformulieren gaan vervolgens in een hoge hoed en daar trekt iedereen er om beurten een uit.
Die hele lootjestrekkerij heeft bij ons al langer geduurd dan elke pakjesavond die we hebben meegemaakt. Eerst trekt iedereen natuurlijk zichzelf. De zoon vindt dat op zich geen bezwaar omdat je dan zeker weet dat je krijgt wat je wil en bovendien geen € 3,50 aan iemand anders hoeft uit te geven. Bovendien wellen de leuke ideeën voor een surprise voor hemzelf spontaan bij hem op. Het eerste oponthoud ontstaat dan al om die jongen aan zijn verstand te peuteren dat het zo niet werkt. Je mag dan wel een ongelovige zijn, dat wil nog niet meteen zeggen dat je het snapt. Dan overkomt het ons nog twee keer dat de eerste drie iemand anders trekken en de vierde loot toch weer zichzelf. Denkt u daar maar eens over na, dat kan echt.
Toen iedereen tenslotte iemand anders had, zegt de zoon: ‘Ik heb al een heel leuk idee voor mama.’ Waarna het hele circus weer opnieuw kan beginnen. Tussendoor heb ik nog even overwogen om ook niet te zeggen dat ik mezelf had getrokken, omdat ik ook wel eens echt wil krijgen wat ik vraag, maar bij nader inzien vond ik dat toch net iets te kinderachtig en bovendien leek het risico van ontdekking me te groot.
Ik zie mijn vrouw heus wel zitten met blinkende ogen, zó gezellig, zo’n moment dat we ons altijd zullen herinneren, dat in het geschiedenisboek van ons gezin met hoofdletters wordt bijgeschreven. We knijpen elkaar eens lekker onder tafel.
Wat ik dan toch weer te zeuren heb?
Laat ik het zo formuleren: Sinterklaas en Zwartepiet zijn natuurlijk niet voor niets uitgevonden. Stout jongetje? ‘Pas jij maar op, Sinterklaas ziet alles.’
Onbetaalbare wensen op het verlanglijstje? ‘Ik geef je weinig kans, maar vraag dat maar aan Sinterklaas.’
‘Ja maar papa, Sinterklaas dat ben jij voor ons.’
De jongen heeft het echt begrepen.
