Een uitgave van mats bv ©
SCHOOLFOTO
Jaargang VII, 40
Jaarlijks worden op school staatsieportretten van de kinderen gemaakt. Van ieder afzonderlijk, van broer–en–zus–koppels en groepsfoto’s van de klas.
Dat is niet nieuw. Ik herinner mij een foto van mijn jongste zus en mijzelve, door de fotograaf leuk naast elkaar gezet op wat toen nog de kleuterschool heette. Ik vermoed dat mijn zus die foto achterover heeft gedrukt om misbruik, al dan niet leuk bedoeld, te voorkomen. Toch kan ik me hem scherp voor de geest halen, de boer–met–kiespijn–glimlach, het geblokte truitje dat ik aanhad, de quasi–nonchalante opstelling van het speelgoed op het tafeltje. Ik kan me niet herinneren dat deze foto ooit ergens heeft gehangen bij ons thuis.
Hoe anders gaat dat met de schoolfoto’s van ónze kinderen.
Frank en vrij en jolig blikken zij naar de fotograaf, geen spoor van cameravrees. Dat is natuurlijk niet verwonderlijk, want hoewel de resultaten danig te wensen overlaten, zijn mijn vrouw en ik enthousiaste amateurfotografen.
Desondanks of juist daardoor zijn wij grootafnemers van de schoolfotograaf. Voor bij oma op het dressoir, bij ons thuis op de schoorsteenmantel, bij mij en bij mijn vrouw op de zaak op het bureau, pasfotootjes in onze respectievelijke portefeuilles. Elk jaar vers.
De foto’s van vorig jaar worden na vervanging opnieuw ingelijst en opgehangen op een speciale muur in mijn werkkamer thuis. Als ze zo bij elkaar hangen, allemaal op hetzelfde briefkaartformaat, geeft dat een heel leuk overzicht, waar ik vaak wat weemoedig naar zit te turen. Elk jaar is het dan ook weer een spannend moment als de nieuwe foto’s klaar zijn en bij juf op tafel in de bestelenvelop liggen te wachten. Van kantoor heb ik de lijstjes met de foto’s van vorig jaar vast meegenomen.
Een moeder naast mij schrikt van de foto van haar spruit.
‘Daar had zo’n fotograaf toch even op moeten letten,’ moppert ze over een inderdaad wat warrig kapsel van haar zoon.
Ik begrijp zoiets niet. Ik heb me er al lang bij neergelegd dat ik nauwelijks objectief naar mijn eigen kinderen kan kijken. Omdat ze van mij voornamelijk het stralende karakter hebben geërfd, en het uiterlijk gelukkig van hun moeder, ben ik al snel vertederd als ik een gelukte foto zie. Dit jaar niet, ben ik bang. Omdat ik wist dat de foto gemaakt zou worden, heb ik het haar van mijn zoon die ochtend strak in de gel vastgelegd.
Maar de foto is op het eind van de dag gemaakt en zo lang houdt de beste gel zijn haar niet in bedwang. Hij had gewoon op tijd naar de kapper gemoeten. En die glimlach van
oor tot oor van mijn dochter past toch wat beter bij een mond vol tanden – zo midden in de wisseling staat dat wat slordig.
Oma krijgt gewoon een nieuwe set foto’s en bij ons op de schoorsteenmantel staan ook verse, maar ik heb de oude foto’s weer mee teruggenomen naar kantoor.
Die kunnen nog wel een jaartje.
