Een uitgave van mats bv ©
SHOW
Jaargang X, 25
Afgelopen weekend was het jaarlijkse optreden van mijn dochter in theater Het Spant, te Bussum. Samen met, eerlijk gezegd, nog een vijftigtal andere kinderen en jonge volwassenen van haar balletschool.
‘Gôh,’zult u zeggen, ‘is het alweer die tijd van het jaar?’
Inderdaad, het begint voor ons ook een beetje routine te worden, ook al ging de voorstelling vorig jaar om een of andere reden niet door. Dit jaar wel, ondanks dat de balletjuf een paar weken voor de voorstelling haar voet had gebroken, want natuurlijk hartstikke onhandig is voor een balletjuf. Om een of andere reden zijn we er niet meer zo bij betrokken, hoewel onze apetrots voor onze dochter natuurlijk nog steeds geen grenzen kent. Ik kan me niet heugen dat we ergens dit jaar zijn uitgenodigd op een openbare les, wat vroeger wel regelmatig gebeurde. Afgeschaft misschien? Storend voor de voorbereiding? Zou kunnen. En het is nou ook weer niet zo dat de dochter regelmatig een stukje voordanst bij ons in de keuken of huiskamer.
Overigens gaat ze nog steeds graag en trouw een keer in de week naar balletles en de juf van de gebroken voet is vast net zo lief als haar oude, nu gepensioneerde juf. Ik herinner me wel dat er op een gegeven moment generale repetitie was, maar niet, zoals, dacht ik, gebruikelijk, vlak voor de feitelijke voorstellingen, maar een paar weken eerder. Bovendien verliep die generale vlekkeloos en elke artiest, en dus ook elke ouder van een artiest, weet dat zulks een heel slecht voorteken is. Tja, theater en bijgeloof.
Toen kwam er nog een brief van de balletschool dat er ouders gezocht werden voor het maken van kostuums en het begeleiden en schminken van de kinderen, maar tot mijn verbazing gaf mijn vrouw nu eens een keer geen enkele sjoege, zodat onze naaimachine niet hoefde te worden opgegraven, terwijl er normaal toch zelden tevergeefs een beroep wordt gedaan op haar ouderparticipatie.
Ik schrijf wel dat er ouders werden gezocht, maar ze bedoelen moeders, want geen tak van sport waar vaders zo worden gediscrimineerd als in ballet. Als ik mijn dochter en haar vriendinnetje na de training ga ophalen, mag ik bijvoorbeeld nooit in de kleedkamer kijken of ze nou eindelijk een keer klaar zijn.
‘Ik heb twee kaartjes,’ zegt mijn vrouw.
‘Wou je de zoon alleen thuislaten?’ vraag ik achteloos.
‘Jij gaat natuurlijk gewoon mee,’ geeft zij geen antwoord op mijn vraag.
Natuurlijk. En van harte! Hoewel een stevige pianorecital van onze zoon of een leuke voetbalwedstrijd in het kader van het Europees kampioenschap misschien net wat meer aan mij besteed zijn.
En het heeft er niets mee te maken dat mijn dochter dit jaar nog geen hoofdrol vervulde, hoewel ze toch echt al sinds mensenheugenis les heeft, maar gewoon een plekje heeft in de troupe, zoals dat in ballettermen heet, en bovendien in het uren durende, door juf heel knap zelfgeschreven programma, maar een paar keer mocht opdraven. Maar dat dan wel letterlijk. Ik heb het boekje van tevoren gelezen en het verhaal dus begrepen en mijn handen bijkans stuk geklapt. Op de goede momenten wel te verstaan.
Dat ik de batterij voor onze camera thuis had laten liggen is niet alleen mijn schuld en al helemaal geen teken van gebrek aan belangstelling.
Op een of andere manier had ik echter toch niet de indruk dat de voorstelling vorig jaar niet doorging omdat er extra geoefend moest worden. Maar dat blijft natuurlijk onder ons.
