Een uitgave van mats bv ©
SLANK
Jaargang XII, 30
Dat ik al enige tijd niet meer rep van mijn afslankpogingen, wil nog niet zeggen dat ik het erbij laat hangen, letterlijk, de vetkwabben, noch figuurlijk, de moreel. Sterker nog, het is niet bij pogingen gebleven, ik ben daadwerkelijk afgeslankt. Twaalf kilo!
Ja, ja, ik wacht wel even met verder schrijven tot het bewonderende applaus en gejuich zijn gaan liggen.
Eigenlijk wilde ik vijftien kilo verliezen, maar dat bleek niet nodig. Speciaal om me zelf de maat te nemen, heb ik namelijk een broek uit mijn slanke jeugd bewaard; en die past weer. Twee à drie gaatjes terug in mijn riem. Omdat ik tegelijkertijd weer wat vaker in de sportclub kom, heb ik dus weer het lichaam van een jonge god. Met dien verstande dat je op mijn leeftijd dat ‘jong’ er natuurlijk niet meer aangetraind krijgt.
Mijn vrouw is erg trots op me. Natuurlijk staat zij aan de basis van dit spectaculaire succes. Achteraf gezien is het een geniale zet gebleken om me naar een diëtiste te sturen met wie ik na tweeëneenhalf consult hopeloos overhoop lag. Die kent mij na al die jaren huwelijk natuurlijk goed genoeg om te weten dat ik zo’n situatie nodig heb om er echt voor te gaan. Zeker is dat een beetje kinderachtig, maar het werkt en mijn doel heiligt haar middelen.
Goed, streefbericht bereikt, wereldfiguur herwonnen: kláár.
Want in tegenstelling tot vrouwen, weten mannen van ophouden.
Zo moeilijk is het allemaal niet. Je neemt een diëtiste voor de motivatie, zoekt vervolgens een leuk dieetje uit, komt op gewicht, past je eet en beweeggewoonten aan en dat is het dan. Ik zou het niet verder vertellen, want dat slaat de bestaansgrond onder heel wat vrouwenbladen weg. En meteen is duidelijk waarom er in mannenbladen nauwelijks diëten staan.
Bij mij komt er daarnaast nog wat rekenwerk kijken omdat er natuurlijk wat calorie-ruimte gemaakt moet worden voor een biertje nu en dan.
Mijn vrouw – de uitdrukking zegt het al – is daarentegen van mening dat je nooit bent uitgelijnd. Die ziet de jojo al hangen. Eigenlijk heel vreemd voor iemand die net zo lang getrouwd is als ik en die desondanks al die tijd het figuur heeft behouden waar ik destijds zo hevig verliefd op werd.
Zij maakt zich met name zorgen over de komende vakantie in een buitenlands hotel. Bacon and eggs bij het ontbijt, lekker lang buitenlands lunchen en lange tafels overvloedig buffet bij wijze van diner. En nu en danner een biertje dan thuis. Maar omdat ze niet de rol van mijn voormalige diëtiste wil overnemen, pakt ze het subtieler aan. Denkt ze. Maar ik heb dat boek van Sonja Bakker met haar Noord-Hollandse bloemkooldieet heus wel zien liggen.
‘Ze hebben daar een heel goed geoutilleerde sportclub,’ leest ze voor uit de folder van het hotel.
‘Ik kan me nu al verheugen op al dat verse fruit bij het ontbijt.’ Ook een mooie. Of deze: ‘In die landen hebben de groenten nog echt smaak.’
En dan, bij het inpakken van de koffers: ‘Ik neem mijn tennisracket mee, jij ook schat?’
Dat is niet nieuw, dat doen we al jaren, maar waarschijnlijk zullen we ze dit jaar, in tegenstelling tot vakantie, ook echt gaan gebruiken.
Het is een illusie te denken dat het ooit ophoudt.
