Een uitgave van mats bv ©

SOMS WEL. SOMS NIET

Jaargang VIII, 37

Dit weekeinde gaan we naar Nieuw Zeeland, bij vrienden op visite. Dat klinkt eigenlijk erger dan het is, want het is gewoon Zeeland, maar wij zijn nogal internationaal georiënteerd. Bovendien is de beste vriendin van mijn dochter vorig jaar op vakantie geweest naar Nieuw Zeeland, naar hún vrienden, dus dat ligt wat beter in de mond. Verder hebben wij zelf beste vrienden die in Australië hebben gewoond, waar wij het overigens niet mee eens waren en die nu in Amerika wonen, waar wij het nog steeds niet mee eens zijn, maar die dan nu tenminste aan de goede kant van Amerika gaan wonen, waarmee we het dan alweer een beetje meer eens kunnen zijn. Het is dus duidelijk dat gewoon Zeeland, zeg maar Oud Zeeland ons eigenlijk een beetje te dichtbij is.

We zijn daar trouwens nog nooit met z'n vieren geweest, wat natuurlijk een schande is. Mijn eigen vader zei altijd dat je eerst je eigen land moest leren kennen voordat je naar het buitenland ging. Maar wij zijn al eerst in Spanje, Kreta, Portugal en België geweest voordat we naar Zeeland gingen. Terwijl daar nog wel heel wat te zien is; ik noem alleen maar even de stormvloedkering, in een van de beide Scheldes, naar ik meen. Overigens zal dat nu allemaal beter worden, want onze dochter krijgt in groep 5 Aardrijkskunde en daar zullen de 11, pardon 12 provincies wel als eerste behandeld worden, naar ik mag aannemen. Het zal dan niet lang meer duren, mijn vrouw kennende, voordat we leerzame fietsvakanties in eigen land zullen gaan beleven.

Voor onze zoon zal het een bijzonder weekend worden. Er is namelijk nog een ander echtpaar uitgenodigd met hun twee kinderen en een van hen is Simons nieuwe verkering.

Het blijkt namelijk dieper te zitten dan ik vorige week op deze plek suggereerde. Mijn vrouw kreeg namelijk een vertederde moeder aan de lijn die in de post van haar dochter een briefje van onze Simon gevonden had. Moeders kunnen soms zo indiscreet zijn!

'Ik vind jou heel, heel, heel lief,' had onze zoon geschreven.

'Maar je begint er niet over,' waarschuwt mijn vrouw mij, nadat ze het als moeders onder elkaar, die in de post van hun kinderen snuffelen, er eerst uitgebreid over gehad hebben.

'Zeg jongen,' zeg ik dus langs mijn neus weg, 'waarom schrijft ze eigenlijk: ik vind inderdaad heel lief. Heb jij haar soms eerst een briefje geschreven?'

'Nee hoor,' ontkent mijn zoon glashard met rood hoofd. Ik kijk hem eens schuin aan. 'Nou, misschien heb ik het wel gezégd.'

'O,' vraagt zijn moeder, discreet als altijd, 'maar je vindt haar dus wel lief?'

'Soms wel, soms niet.'

Zo kan-ie wel weer, vind ik. De jongen is er duidelijk nog niet klaar voor om dit met ons te delen. Worstelt nog wat met zijn gevoelens.

Kan nog een interessant weekeinde worden.